FlexiVerb

Dutch Verb

aaien

to stroke, to caress, to pet

takes hebbenstrongregular

Infinitive

aaien

Past Participle

aaiend

Pres. Participle

aaiend

Imperative

aai / aait

Simple Tenses

The two base forms — everything else builds from these

Tegenwoordige tijd

Present

ikaai
jijaait
hij/zij/hetaait
wijaaien
jullieaaien
zijaaien

Verleden tijd

Simple Past

ikaaide
jijaaide
hij/zij/hetaaide
wijaaiden
jullieaaiden
zijaaiden

Perfect Tenses

Actions completed relative to a point in time

Voltooid tegenwoordige tijd

Perfect

hebben (present) + past participle
ikheb aaiend
jijhebt aaiend
hij/zij/hetheeft aaiend
wijhebben aaiend
julliehebben aaiend
zijhebben aaiend

Voltooid verleden tijd

Pluperfect

hebben (past) + past participle
ikhad aaiend
jijhad aaiend
hij/zij/hethad aaiend
wijhadden aaiend
julliehadden aaiend
zijhadden aaiend

Future Tenses

Events that will or would happen

Toekomende tijd

Future

zullen + infinitive
ikzal aaien
jijzal aaien
hij/zij/hetzal aaien
wijzullen aaien
julliezullen aaien
zijzullen aaien

Voltooid toekomende tijd

Future Perfect

zullen + past participle + hebben
ikzal aaiend hebben
jijzal aaiend hebben
hij/zij/hetzal aaiend hebben
wijzullen aaiend hebben
julliezullen aaiend hebben
zijzullen aaiend hebben

Conditional

Hypothetical and contrary-to-fact situations

Voorwaardelijke wijs

Conditional

zou/zouden + infinitive
ikzou aaien
jijzou aaien
hij/zij/hetzou aaien
wijzouden aaien
julliezouden aaien
zijzouden aaien

Voltooid voorwaardelijke wijs

Conditional Perfect

zou/zouden + past participle + hebben
ikzou aaiend hebben
jijzou aaiend hebben
hij/zij/hetzou aaiend hebben
wijzouden aaiend hebben
julliezouden aaiend hebben
zijzouden aaiend hebben

Progressive

Ongoing actions — using the aan het construction

Tegenwoordige duur

Present Progressive

zijn (present) + aan het + infinitive
ikben aan het aaien
jijbent aan het aaien
hij/zij/hetis aan het aaien
wijzijn aan het aaien
julliezijn aan het aaien
zijzijn aan het aaien

Verleden duur

Past Progressive

zijn (past) + aan het + infinitive
ikwas aan het aaien
jijwas aan het aaien
hij/zij/hetwas aan het aaien
wijwaren aan het aaien
julliewaren aan het aaien
zijwaren aan het aaien
›Formal & Archaic Forms

Subjunctive

Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions

Aanvoegende wijs

Subjunctive

bare stem — all persons

Survives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.

Archaic — formal/literary only
ikaai
jijaai
hij/zij/hetaai
wijaai
jullieaai
zijaai

Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0