FlexiVerb

Dutch Verb

aangeven

to hand, to pass · to indicate, to point out · to report, to notify, to declare · to say, to indicate, to state, to express

takes hebbenseparablestrongregular

Infinitive

aangeven

Past Participle

aangevend

Pres. Participle

aangevend

Imperative

geef aan / geeft aan

Simple Tenses

The two base forms — everything else builds from these

Tegenwoordige tijd

Present

ikgeef aan
jijgeeft aan
hij/zij/hetgeeft aan
wijgeven aan
julliegeven aan
zijgeven aan

Verleden tijd

Simple Past

ikgaf aan
jijgaf aan
hij/zij/hetgaf aan
wijgaven aan
julliegaven aan
zijgaven aan

Perfect Tenses

Actions completed relative to a point in time

Voltooid tegenwoordige tijd

Perfect

hebben (present) + past participle
ikheb aangevend
jijhebt aangevend
hij/zij/hetheeft aangevend
wijhebben aangevend
julliehebben aangevend
zijhebben aangevend

Voltooid verleden tijd

Pluperfect

hebben (past) + past participle
ikhad aangevend
jijhad aangevend
hij/zij/hethad aangevend
wijhadden aangevend
julliehadden aangevend
zijhadden aangevend

Future Tenses

Events that will or would happen

Toekomende tijd

Future

zullen + infinitive
ikzal aangeven
jijzal aangeven
hij/zij/hetzal aangeven
wijzullen aangeven
julliezullen aangeven
zijzullen aangeven

Voltooid toekomende tijd

Future Perfect

zullen + past participle + hebben
ikzal aangevend hebben
jijzal aangevend hebben
hij/zij/hetzal aangevend hebben
wijzullen aangevend hebben
julliezullen aangevend hebben
zijzullen aangevend hebben

Conditional

Hypothetical and contrary-to-fact situations

Voorwaardelijke wijs

Conditional

zou/zouden + infinitive
ikzou aangeven
jijzou aangeven
hij/zij/hetzou aangeven
wijzouden aangeven
julliezouden aangeven
zijzouden aangeven

Voltooid voorwaardelijke wijs

Conditional Perfect

zou/zouden + past participle + hebben
ikzou aangevend hebben
jijzou aangevend hebben
hij/zij/hetzou aangevend hebben
wijzouden aangevend hebben
julliezouden aangevend hebben
zijzouden aangevend hebben

Progressive

Ongoing actions — using the aan het construction

Tegenwoordige duur

Present Progressive

zijn (present) + aan het + infinitive
ikben aan het aangeven
jijbent aan het aangeven
hij/zij/hetis aan het aangeven
wijzijn aan het aangeven
julliezijn aan het aangeven
zijzijn aan het aangeven

Verleden duur

Past Progressive

zijn (past) + aan het + infinitive
ikwas aan het aangeven
jijwas aan het aangeven
hij/zij/hetwas aan het aangeven
wijwaren aan het aangeven
julliewaren aan het aangeven
zijwaren aan het aangeven
›Formal & Archaic Forms

Subjunctive

Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions

Aanvoegende wijs

Subjunctive

bare stem — all persons

Survives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.

Archaic — formal/literary only
ikaangev
jijaangev
hij/zij/hetaangev
wijaangev
jullieaangev
zijaangev

Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0