FlexiVerb

Dutch Verb

aantonen

demonstrate, show, prove

takes hebbenseparablestrongregular

Infinitive

aantonen

Past Participle

aantonend

Pres. Participle

aantonend

Imperative

toon aan / toont aan

Simple Tenses

The two base forms — everything else builds from these

Tegenwoordige tijd

Present

iktoon aan
jijtoont aan
hij/zij/hettoont aan
wijtonen aan
jullietonen aan
zijtonen aan

Verleden tijd

Simple Past

iktoonde aan
jijtoonde aan
hij/zij/hettoonde aan
wijtoonden aan
jullietoonden aan
zijtoonden aan

Perfect Tenses

Actions completed relative to a point in time

Voltooid tegenwoordige tijd

Perfect

hebben (present) + past participle
ikheb aantonend
jijhebt aantonend
hij/zij/hetheeft aantonend
wijhebben aantonend
julliehebben aantonend
zijhebben aantonend

Voltooid verleden tijd

Pluperfect

hebben (past) + past participle
ikhad aantonend
jijhad aantonend
hij/zij/hethad aantonend
wijhadden aantonend
julliehadden aantonend
zijhadden aantonend

Future Tenses

Events that will or would happen

Toekomende tijd

Future

zullen + infinitive
ikzal aantonen
jijzal aantonen
hij/zij/hetzal aantonen
wijzullen aantonen
julliezullen aantonen
zijzullen aantonen

Voltooid toekomende tijd

Future Perfect

zullen + past participle + hebben
ikzal aantonend hebben
jijzal aantonend hebben
hij/zij/hetzal aantonend hebben
wijzullen aantonend hebben
julliezullen aantonend hebben
zijzullen aantonend hebben

Conditional

Hypothetical and contrary-to-fact situations

Voorwaardelijke wijs

Conditional

zou/zouden + infinitive
ikzou aantonen
jijzou aantonen
hij/zij/hetzou aantonen
wijzouden aantonen
julliezouden aantonen
zijzouden aantonen

Voltooid voorwaardelijke wijs

Conditional Perfect

zou/zouden + past participle + hebben
ikzou aantonend hebben
jijzou aantonend hebben
hij/zij/hetzou aantonend hebben
wijzouden aantonend hebben
julliezouden aantonend hebben
zijzouden aantonend hebben

Progressive

Ongoing actions — using the aan het construction

Tegenwoordige duur

Present Progressive

zijn (present) + aan het + infinitive
ikben aan het aantonen
jijbent aan het aantonen
hij/zij/hetis aan het aantonen
wijzijn aan het aantonen
julliezijn aan het aantonen
zijzijn aan het aantonen

Verleden duur

Past Progressive

zijn (past) + aan het + infinitive
ikwas aan het aantonen
jijwas aan het aantonen
hij/zij/hetwas aan het aantonen
wijwaren aan het aantonen
julliewaren aan het aantonen
zijwaren aan het aantonen
›Formal & Archaic Forms

Subjunctive

Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions

Aanvoegende wijs

Subjunctive

bare stem — all persons

Survives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.

Archaic — formal/literary only
ikaanton
jijaanton
hij/zij/hetaanton
wijaanton
jullieaanton
zijaanton

Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0