FlexiVerb

Dutch Verb

aanwrijven

to impute

takes hebbenseparablestrongregular

Infinitive

aanwrijven

Past Participle

aanwrijvend

Pres. Participle

aanwrijvend

Imperative

wrijf aan / wrijft aan

Simple Tenses

The two base forms — everything else builds from these

Tegenwoordige tijd

Present

ikwrijf aan
jijwrijft aan
hij/zij/hetwrijft aan
wijwrijven aan
julliewrijven aan
zijwrijven aan

Verleden tijd

Simple Past

ikwreef aan
jijwreef aan
hij/zij/hetwreef aan
wijwreven aan
julliewreven aan
zijwreven aan

Perfect Tenses

Actions completed relative to a point in time

Voltooid tegenwoordige tijd

Perfect

hebben (present) + past participle
ikheb aanwrijvend
jijhebt aanwrijvend
hij/zij/hetheeft aanwrijvend
wijhebben aanwrijvend
julliehebben aanwrijvend
zijhebben aanwrijvend

Voltooid verleden tijd

Pluperfect

hebben (past) + past participle
ikhad aanwrijvend
jijhad aanwrijvend
hij/zij/hethad aanwrijvend
wijhadden aanwrijvend
julliehadden aanwrijvend
zijhadden aanwrijvend

Future Tenses

Events that will or would happen

Toekomende tijd

Future

zullen + infinitive
ikzal aanwrijven
jijzal aanwrijven
hij/zij/hetzal aanwrijven
wijzullen aanwrijven
julliezullen aanwrijven
zijzullen aanwrijven

Voltooid toekomende tijd

Future Perfect

zullen + past participle + hebben
ikzal aanwrijvend hebben
jijzal aanwrijvend hebben
hij/zij/hetzal aanwrijvend hebben
wijzullen aanwrijvend hebben
julliezullen aanwrijvend hebben
zijzullen aanwrijvend hebben

Conditional

Hypothetical and contrary-to-fact situations

Voorwaardelijke wijs

Conditional

zou/zouden + infinitive
ikzou aanwrijven
jijzou aanwrijven
hij/zij/hetzou aanwrijven
wijzouden aanwrijven
julliezouden aanwrijven
zijzouden aanwrijven

Voltooid voorwaardelijke wijs

Conditional Perfect

zou/zouden + past participle + hebben
ikzou aanwrijvend hebben
jijzou aanwrijvend hebben
hij/zij/hetzou aanwrijvend hebben
wijzouden aanwrijvend hebben
julliezouden aanwrijvend hebben
zijzouden aanwrijvend hebben

Progressive

Ongoing actions — using the aan het construction

Tegenwoordige duur

Present Progressive

zijn (present) + aan het + infinitive
ikben aan het aanwrijven
jijbent aan het aanwrijven
hij/zij/hetis aan het aanwrijven
wijzijn aan het aanwrijven
julliezijn aan het aanwrijven
zijzijn aan het aanwrijven

Verleden duur

Past Progressive

zijn (past) + aan het + infinitive
ikwas aan het aanwrijven
jijwas aan het aanwrijven
hij/zij/hetwas aan het aanwrijven
wijwaren aan het aanwrijven
julliewaren aan het aanwrijven
zijwaren aan het aanwrijven
›Formal & Archaic Forms

Subjunctive

Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions

Aanvoegende wijs

Subjunctive

bare stem — all persons

Survives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.

Archaic — formal/literary only
ikaanwrijv
jijaanwrijv
hij/zij/hetaanwrijv
wijaanwrijv
jullieaanwrijv
zijaanwrijv

Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0