FlexiVerb

Dutch Verb

adopteren

to adopt (to take by choice into relationship, as, child, heir, friend, citizen)

takes hebbenstrongregular

Infinitive

adopteren

Past Participle

adopterend

Pres. Participle

adopterend

Imperative

adopteer / adopteert

Simple Tenses

The two base forms — everything else builds from these

Tegenwoordige tijd

Present

ikadopteer
jijadopteert
hij/zij/hetadopteert
wijadopteren
jullieadopteren
zijadopteren

Verleden tijd

Simple Past

ikadopteerde
jijadopteerde
hij/zij/hetadopteerde
wijadopteerden
jullieadopteerden
zijadopteerden

Perfect Tenses

Actions completed relative to a point in time

Voltooid tegenwoordige tijd

Perfect

hebben (present) + past participle
ikheb adopterend
jijhebt adopterend
hij/zij/hetheeft adopterend
wijhebben adopterend
julliehebben adopterend
zijhebben adopterend

Voltooid verleden tijd

Pluperfect

hebben (past) + past participle
ikhad adopterend
jijhad adopterend
hij/zij/hethad adopterend
wijhadden adopterend
julliehadden adopterend
zijhadden adopterend

Future Tenses

Events that will or would happen

Toekomende tijd

Future

zullen + infinitive
ikzal adopteren
jijzal adopteren
hij/zij/hetzal adopteren
wijzullen adopteren
julliezullen adopteren
zijzullen adopteren

Voltooid toekomende tijd

Future Perfect

zullen + past participle + hebben
ikzal adopterend hebben
jijzal adopterend hebben
hij/zij/hetzal adopterend hebben
wijzullen adopterend hebben
julliezullen adopterend hebben
zijzullen adopterend hebben

Conditional

Hypothetical and contrary-to-fact situations

Voorwaardelijke wijs

Conditional

zou/zouden + infinitive
ikzou adopteren
jijzou adopteren
hij/zij/hetzou adopteren
wijzouden adopteren
julliezouden adopteren
zijzouden adopteren

Voltooid voorwaardelijke wijs

Conditional Perfect

zou/zouden + past participle + hebben
ikzou adopterend hebben
jijzou adopterend hebben
hij/zij/hetzou adopterend hebben
wijzouden adopterend hebben
julliezouden adopterend hebben
zijzouden adopterend hebben

Progressive

Ongoing actions — using the aan het construction

Tegenwoordige duur

Present Progressive

zijn (present) + aan het + infinitive
ikben aan het adopteren
jijbent aan het adopteren
hij/zij/hetis aan het adopteren
wijzijn aan het adopteren
julliezijn aan het adopteren
zijzijn aan het adopteren

Verleden duur

Past Progressive

zijn (past) + aan het + infinitive
ikwas aan het adopteren
jijwas aan het adopteren
hij/zij/hetwas aan het adopteren
wijwaren aan het adopteren
julliewaren aan het adopteren
zijwaren aan het adopteren
›Formal & Archaic Forms

Subjunctive

Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions

Aanvoegende wijs

Subjunctive

bare stem — all persons

Survives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.

Archaic — formal/literary only
ikadopter
jijadopter
hij/zij/hetadopter
wijadopter
jullieadopter
zijadopter

Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0