Dutch Verb
bederven
to spoil, to go off, to go bad · to make worse · to indulge, spoil
takes hebbenstrongregular
Infinitive
bederven
Past Participle
bedervend
Pres. Participle
bedervend
Imperative
bederf / bederft
Simple Tenses
The two base forms — everything else builds from these
Tegenwoordige tijd
Present
ikbederf
jijbederft
hij/zij/hetbederft
wijbederven
julliebederven
zijbederven
Verleden tijd
Simple Past
ikbedierf
jijbedierf
hij/zij/hetbedierf
wijbedierven
julliebedierven
zijbedierven
Perfect Tenses
Actions completed relative to a point in time
Voltooid tegenwoordige tijd
Perfect
hebben (present) + past participleikheb bedervend
jijhebt bedervend
hij/zij/hetheeft bedervend
wijhebben bedervend
julliehebben bedervend
zijhebben bedervend
Voltooid verleden tijd
Pluperfect
hebben (past) + past participleikhad bedervend
jijhad bedervend
hij/zij/hethad bedervend
wijhadden bedervend
julliehadden bedervend
zijhadden bedervend
Future Tenses
Events that will or would happen
Toekomende tijd
Future
zullen + infinitiveikzal bederven
jijzal bederven
hij/zij/hetzal bederven
wijzullen bederven
julliezullen bederven
zijzullen bederven
Voltooid toekomende tijd
Future Perfect
zullen + past participle + hebbenikzal bedervend hebben
jijzal bedervend hebben
hij/zij/hetzal bedervend hebben
wijzullen bedervend hebben
julliezullen bedervend hebben
zijzullen bedervend hebben
Conditional
Hypothetical and contrary-to-fact situations
Voorwaardelijke wijs
Conditional
zou/zouden + infinitiveikzou bederven
jijzou bederven
hij/zij/hetzou bederven
wijzouden bederven
julliezouden bederven
zijzouden bederven
Voltooid voorwaardelijke wijs
Conditional Perfect
zou/zouden + past participle + hebbenikzou bedervend hebben
jijzou bedervend hebben
hij/zij/hetzou bedervend hebben
wijzouden bedervend hebben
julliezouden bedervend hebben
zijzouden bedervend hebben
Progressive
Ongoing actions — using the aan het construction
Tegenwoordige duur
Present Progressive
zijn (present) + aan het + infinitiveikben aan het bederven
jijbent aan het bederven
hij/zij/hetis aan het bederven
wijzijn aan het bederven
julliezijn aan het bederven
zijzijn aan het bederven
Verleden duur
Past Progressive
zijn (past) + aan het + infinitiveikwas aan het bederven
jijwas aan het bederven
hij/zij/hetwas aan het bederven
wijwaren aan het bederven
julliewaren aan het bederven
zijwaren aan het bederven
›Formal & Archaic Forms
Subjunctive
Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions
Aanvoegende wijs
Subjunctive
bare stem — all personsSurvives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.
Archaic — formal/literary onlyikbederv
jijbederv
hij/zij/hetbederv
wijbederv
julliebederv
zijbederv
Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0