FlexiVerb

Dutch Verb

bedwelmen

to stun, to intoxicate, to daze

takes hebbenstrongregular

Infinitive

bedwelmen

Past Participle

bedwelmend

Pres. Participle

bedwelmend

Imperative

bedwelm / bedwelmt

Simple Tenses

The two base forms — everything else builds from these

Tegenwoordige tijd

Present

ikbedwelm
jijbedwelmt
hij/zij/hetbedwelmt
wijbedwelmen
julliebedwelmen
zijbedwelmen

Verleden tijd

Simple Past

ikbedwelmde
jijbedwelmde
hij/zij/hetbedwelmde
wijbedwelmden
julliebedwelmden
zijbedwelmden

Perfect Tenses

Actions completed relative to a point in time

Voltooid tegenwoordige tijd

Perfect

hebben (present) + past participle
ikheb bedwelmend
jijhebt bedwelmend
hij/zij/hetheeft bedwelmend
wijhebben bedwelmend
julliehebben bedwelmend
zijhebben bedwelmend

Voltooid verleden tijd

Pluperfect

hebben (past) + past participle
ikhad bedwelmend
jijhad bedwelmend
hij/zij/hethad bedwelmend
wijhadden bedwelmend
julliehadden bedwelmend
zijhadden bedwelmend

Future Tenses

Events that will or would happen

Toekomende tijd

Future

zullen + infinitive
ikzal bedwelmen
jijzal bedwelmen
hij/zij/hetzal bedwelmen
wijzullen bedwelmen
julliezullen bedwelmen
zijzullen bedwelmen

Voltooid toekomende tijd

Future Perfect

zullen + past participle + hebben
ikzal bedwelmend hebben
jijzal bedwelmend hebben
hij/zij/hetzal bedwelmend hebben
wijzullen bedwelmend hebben
julliezullen bedwelmend hebben
zijzullen bedwelmend hebben

Conditional

Hypothetical and contrary-to-fact situations

Voorwaardelijke wijs

Conditional

zou/zouden + infinitive
ikzou bedwelmen
jijzou bedwelmen
hij/zij/hetzou bedwelmen
wijzouden bedwelmen
julliezouden bedwelmen
zijzouden bedwelmen

Voltooid voorwaardelijke wijs

Conditional Perfect

zou/zouden + past participle + hebben
ikzou bedwelmend hebben
jijzou bedwelmend hebben
hij/zij/hetzou bedwelmend hebben
wijzouden bedwelmend hebben
julliezouden bedwelmend hebben
zijzouden bedwelmend hebben

Progressive

Ongoing actions — using the aan het construction

Tegenwoordige duur

Present Progressive

zijn (present) + aan het + infinitive
ikben aan het bedwelmen
jijbent aan het bedwelmen
hij/zij/hetis aan het bedwelmen
wijzijn aan het bedwelmen
julliezijn aan het bedwelmen
zijzijn aan het bedwelmen

Verleden duur

Past Progressive

zijn (past) + aan het + infinitive
ikwas aan het bedwelmen
jijwas aan het bedwelmen
hij/zij/hetwas aan het bedwelmen
wijwaren aan het bedwelmen
julliewaren aan het bedwelmen
zijwaren aan het bedwelmen
›Formal & Archaic Forms

Subjunctive

Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions

Aanvoegende wijs

Subjunctive

bare stem — all persons

Survives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.

Archaic — formal/literary only
ikbedwelm
jijbedwelm
hij/zij/hetbedwelm
wijbedwelm
julliebedwelm
zijbedwelm

Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0