FlexiVerb

Dutch Verb

beeldhouwen

to carve (sculptures, as an art form)

takes hebbenstrongregular

Infinitive

beeldhouwen

Past Participle

beeldhouwend

Pres. Participle

beeldhouwend

Imperative

beeldhouw / beeldhouwt

Simple Tenses

The two base forms — everything else builds from these

Tegenwoordige tijd

Present

ikbeeldhouw
jijbeeldhouwt
hij/zij/hetbeeldhouwt
wijbeeldhouwen
julliebeeldhouwen
zijbeeldhouwen

Verleden tijd

Simple Past

ikbeeldhouwde
jijbeeldhouwde
hij/zij/hetbeeldhouwde
wijbeeldhouwden
julliebeeldhouwden
zijbeeldhouwden

Perfect Tenses

Actions completed relative to a point in time

Voltooid tegenwoordige tijd

Perfect

hebben (present) + past participle
ikheb beeldhouwend
jijhebt beeldhouwend
hij/zij/hetheeft beeldhouwend
wijhebben beeldhouwend
julliehebben beeldhouwend
zijhebben beeldhouwend

Voltooid verleden tijd

Pluperfect

hebben (past) + past participle
ikhad beeldhouwend
jijhad beeldhouwend
hij/zij/hethad beeldhouwend
wijhadden beeldhouwend
julliehadden beeldhouwend
zijhadden beeldhouwend

Future Tenses

Events that will or would happen

Toekomende tijd

Future

zullen + infinitive
ikzal beeldhouwen
jijzal beeldhouwen
hij/zij/hetzal beeldhouwen
wijzullen beeldhouwen
julliezullen beeldhouwen
zijzullen beeldhouwen

Voltooid toekomende tijd

Future Perfect

zullen + past participle + hebben
ikzal beeldhouwend hebben
jijzal beeldhouwend hebben
hij/zij/hetzal beeldhouwend hebben
wijzullen beeldhouwend hebben
julliezullen beeldhouwend hebben
zijzullen beeldhouwend hebben

Conditional

Hypothetical and contrary-to-fact situations

Voorwaardelijke wijs

Conditional

zou/zouden + infinitive
ikzou beeldhouwen
jijzou beeldhouwen
hij/zij/hetzou beeldhouwen
wijzouden beeldhouwen
julliezouden beeldhouwen
zijzouden beeldhouwen

Voltooid voorwaardelijke wijs

Conditional Perfect

zou/zouden + past participle + hebben
ikzou beeldhouwend hebben
jijzou beeldhouwend hebben
hij/zij/hetzou beeldhouwend hebben
wijzouden beeldhouwend hebben
julliezouden beeldhouwend hebben
zijzouden beeldhouwend hebben

Progressive

Ongoing actions — using the aan het construction

Tegenwoordige duur

Present Progressive

zijn (present) + aan het + infinitive
ikben aan het beeldhouwen
jijbent aan het beeldhouwen
hij/zij/hetis aan het beeldhouwen
wijzijn aan het beeldhouwen
julliezijn aan het beeldhouwen
zijzijn aan het beeldhouwen

Verleden duur

Past Progressive

zijn (past) + aan het + infinitive
ikwas aan het beeldhouwen
jijwas aan het beeldhouwen
hij/zij/hetwas aan het beeldhouwen
wijwaren aan het beeldhouwen
julliewaren aan het beeldhouwen
zijwaren aan het beeldhouwen
›Formal & Archaic Forms

Subjunctive

Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions

Aanvoegende wijs

Subjunctive

bare stem — all persons

Survives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.

Archaic — formal/literary only
ikbeeldhouw
jijbeeldhouw
hij/zij/hetbeeldhouw
wijbeeldhouw
julliebeeldhouw
zijbeeldhouw

Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0