FlexiVerb

Dutch Verb

bewonderen

to admire

takes hebbenstrongregular

Infinitive

bewonderen

Past Participle

bewonderend

Pres. Participle

bewonderend

Imperative

bewonder / bewondert

Simple Tenses

The two base forms — everything else builds from these

Tegenwoordige tijd

Present

ikbewonder
jijbewondert
hij/zij/hetbewondert
wijbewonderen
julliebewonderen
zijbewonderen

Verleden tijd

Simple Past

ikbewonderde
jijbewonderde
hij/zij/hetbewonderde
wijbewonderden
julliebewonderden
zijbewonderden

Perfect Tenses

Actions completed relative to a point in time

Voltooid tegenwoordige tijd

Perfect

hebben (present) + past participle
ikheb bewonderend
jijhebt bewonderend
hij/zij/hetheeft bewonderend
wijhebben bewonderend
julliehebben bewonderend
zijhebben bewonderend

Voltooid verleden tijd

Pluperfect

hebben (past) + past participle
ikhad bewonderend
jijhad bewonderend
hij/zij/hethad bewonderend
wijhadden bewonderend
julliehadden bewonderend
zijhadden bewonderend

Future Tenses

Events that will or would happen

Toekomende tijd

Future

zullen + infinitive
ikzal bewonderen
jijzal bewonderen
hij/zij/hetzal bewonderen
wijzullen bewonderen
julliezullen bewonderen
zijzullen bewonderen

Voltooid toekomende tijd

Future Perfect

zullen + past participle + hebben
ikzal bewonderend hebben
jijzal bewonderend hebben
hij/zij/hetzal bewonderend hebben
wijzullen bewonderend hebben
julliezullen bewonderend hebben
zijzullen bewonderend hebben

Conditional

Hypothetical and contrary-to-fact situations

Voorwaardelijke wijs

Conditional

zou/zouden + infinitive
ikzou bewonderen
jijzou bewonderen
hij/zij/hetzou bewonderen
wijzouden bewonderen
julliezouden bewonderen
zijzouden bewonderen

Voltooid voorwaardelijke wijs

Conditional Perfect

zou/zouden + past participle + hebben
ikzou bewonderend hebben
jijzou bewonderend hebben
hij/zij/hetzou bewonderend hebben
wijzouden bewonderend hebben
julliezouden bewonderend hebben
zijzouden bewonderend hebben

Progressive

Ongoing actions — using the aan het construction

Tegenwoordige duur

Present Progressive

zijn (present) + aan het + infinitive
ikben aan het bewonderen
jijbent aan het bewonderen
hij/zij/hetis aan het bewonderen
wijzijn aan het bewonderen
julliezijn aan het bewonderen
zijzijn aan het bewonderen

Verleden duur

Past Progressive

zijn (past) + aan het + infinitive
ikwas aan het bewonderen
jijwas aan het bewonderen
hij/zij/hetwas aan het bewonderen
wijwaren aan het bewonderen
julliewaren aan het bewonderen
zijwaren aan het bewonderen
›Formal & Archaic Forms

Subjunctive

Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions

Aanvoegende wijs

Subjunctive

bare stem — all persons

Survives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.

Archaic — formal/literary only
ikbewonder
jijbewonder
hij/zij/hetbewonder
wijbewonder
julliebewonder
zijbewonder

Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0