Dutch Verb
bommen
to interest someone, matter to someone
takes hebbenstrongregular
Infinitive
bommen
Past Participle
bommend
Pres. Participle
bommend
Imperative
bom / bomt
Simple Tenses
The two base forms — everything else builds from these
Tegenwoordige tijd
Present
ikbom
jijbomt
hij/zij/hetbomt
wijbommen
julliebommen
zijbommen
Verleden tijd
Simple Past
ikbomde
jijbomde
hij/zij/hetbomde
wijbomden
julliebomden
zijbomden
Perfect Tenses
Actions completed relative to a point in time
Voltooid tegenwoordige tijd
Perfect
hebben (present) + past participleikheb bommend
jijhebt bommend
hij/zij/hetheeft bommend
wijhebben bommend
julliehebben bommend
zijhebben bommend
Voltooid verleden tijd
Pluperfect
hebben (past) + past participleikhad bommend
jijhad bommend
hij/zij/hethad bommend
wijhadden bommend
julliehadden bommend
zijhadden bommend
Future Tenses
Events that will or would happen
Toekomende tijd
Future
zullen + infinitiveikzal bommen
jijzal bommen
hij/zij/hetzal bommen
wijzullen bommen
julliezullen bommen
zijzullen bommen
Voltooid toekomende tijd
Future Perfect
zullen + past participle + hebbenikzal bommend hebben
jijzal bommend hebben
hij/zij/hetzal bommend hebben
wijzullen bommend hebben
julliezullen bommend hebben
zijzullen bommend hebben
Conditional
Hypothetical and contrary-to-fact situations
Voorwaardelijke wijs
Conditional
zou/zouden + infinitiveikzou bommen
jijzou bommen
hij/zij/hetzou bommen
wijzouden bommen
julliezouden bommen
zijzouden bommen
Voltooid voorwaardelijke wijs
Conditional Perfect
zou/zouden + past participle + hebbenikzou bommend hebben
jijzou bommend hebben
hij/zij/hetzou bommend hebben
wijzouden bommend hebben
julliezouden bommend hebben
zijzouden bommend hebben
Progressive
Ongoing actions — using the aan het construction
Tegenwoordige duur
Present Progressive
zijn (present) + aan het + infinitiveikben aan het bommen
jijbent aan het bommen
hij/zij/hetis aan het bommen
wijzijn aan het bommen
julliezijn aan het bommen
zijzijn aan het bommen
Verleden duur
Past Progressive
zijn (past) + aan het + infinitiveikwas aan het bommen
jijwas aan het bommen
hij/zij/hetwas aan het bommen
wijwaren aan het bommen
julliewaren aan het bommen
zijwaren aan het bommen
›Formal & Archaic Forms
Subjunctive
Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions
Aanvoegende wijs
Subjunctive
bare stem — all personsSurvives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.
Archaic — formal/literary onlyikbomm
jijbomm
hij/zij/hetbomm
wijbomm
julliebomm
zijbomm
Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0