Dutch Verb
bossen
to tie branches, twigs, plants, or fruits into a bunch
takes hebbenstrongregular
Infinitive
bossen
Past Participle
bossend
Pres. Participle
bossend
Imperative
bos / bost
Simple Tenses
The two base forms — everything else builds from these
Tegenwoordige tijd
Present
ikbos
jijbost
hij/zij/hetbost
wijbossen
julliebossen
zijbossen
Verleden tijd
Simple Past
ikboste
jijboste
hij/zij/hetboste
wijbosten
julliebosten
zijbosten
Perfect Tenses
Actions completed relative to a point in time
Voltooid tegenwoordige tijd
Perfect
hebben (present) + past participleikheb bossend
jijhebt bossend
hij/zij/hetheeft bossend
wijhebben bossend
julliehebben bossend
zijhebben bossend
Voltooid verleden tijd
Pluperfect
hebben (past) + past participleikhad bossend
jijhad bossend
hij/zij/hethad bossend
wijhadden bossend
julliehadden bossend
zijhadden bossend
Future Tenses
Events that will or would happen
Toekomende tijd
Future
zullen + infinitiveikzal bossen
jijzal bossen
hij/zij/hetzal bossen
wijzullen bossen
julliezullen bossen
zijzullen bossen
Voltooid toekomende tijd
Future Perfect
zullen + past participle + hebbenikzal bossend hebben
jijzal bossend hebben
hij/zij/hetzal bossend hebben
wijzullen bossend hebben
julliezullen bossend hebben
zijzullen bossend hebben
Conditional
Hypothetical and contrary-to-fact situations
Voorwaardelijke wijs
Conditional
zou/zouden + infinitiveikzou bossen
jijzou bossen
hij/zij/hetzou bossen
wijzouden bossen
julliezouden bossen
zijzouden bossen
Voltooid voorwaardelijke wijs
Conditional Perfect
zou/zouden + past participle + hebbenikzou bossend hebben
jijzou bossend hebben
hij/zij/hetzou bossend hebben
wijzouden bossend hebben
julliezouden bossend hebben
zijzouden bossend hebben
Progressive
Ongoing actions — using the aan het construction
Tegenwoordige duur
Present Progressive
zijn (present) + aan het + infinitiveikben aan het bossen
jijbent aan het bossen
hij/zij/hetis aan het bossen
wijzijn aan het bossen
julliezijn aan het bossen
zijzijn aan het bossen
Verleden duur
Past Progressive
zijn (past) + aan het + infinitiveikwas aan het bossen
jijwas aan het bossen
hij/zij/hetwas aan het bossen
wijwaren aan het bossen
julliewaren aan het bossen
zijwaren aan het bossen
›Formal & Archaic Forms
Subjunctive
Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions
Aanvoegende wijs
Subjunctive
bare stem — all personsSurvives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.
Archaic — formal/literary onlyikboss
jijboss
hij/zij/hetboss
wijboss
jullieboss
zijboss
Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0