Dutch Verb
bronzen
to bronze
takes hebbenstrongregular
Infinitive
bronzen
Past Participle
bronzend
Pres. Participle
bronzend
Imperative
brons / bronst
Simple Tenses
The two base forms — everything else builds from these
Tegenwoordige tijd
Present
ikbrons
jijbronst
hij/zij/hetbronst
wijbronzen
julliebronzen
zijbronzen
Verleden tijd
Simple Past
ikbronsde
jijbronsde
hij/zij/hetbronsde
wijbronsden
julliebronsden
zijbronsden
Perfect Tenses
Actions completed relative to a point in time
Voltooid tegenwoordige tijd
Perfect
hebben (present) + past participleikheb bronzend
jijhebt bronzend
hij/zij/hetheeft bronzend
wijhebben bronzend
julliehebben bronzend
zijhebben bronzend
Voltooid verleden tijd
Pluperfect
hebben (past) + past participleikhad bronzend
jijhad bronzend
hij/zij/hethad bronzend
wijhadden bronzend
julliehadden bronzend
zijhadden bronzend
Future Tenses
Events that will or would happen
Toekomende tijd
Future
zullen + infinitiveikzal bronzen
jijzal bronzen
hij/zij/hetzal bronzen
wijzullen bronzen
julliezullen bronzen
zijzullen bronzen
Voltooid toekomende tijd
Future Perfect
zullen + past participle + hebbenikzal bronzend hebben
jijzal bronzend hebben
hij/zij/hetzal bronzend hebben
wijzullen bronzend hebben
julliezullen bronzend hebben
zijzullen bronzend hebben
Conditional
Hypothetical and contrary-to-fact situations
Voorwaardelijke wijs
Conditional
zou/zouden + infinitiveikzou bronzen
jijzou bronzen
hij/zij/hetzou bronzen
wijzouden bronzen
julliezouden bronzen
zijzouden bronzen
Voltooid voorwaardelijke wijs
Conditional Perfect
zou/zouden + past participle + hebbenikzou bronzend hebben
jijzou bronzend hebben
hij/zij/hetzou bronzend hebben
wijzouden bronzend hebben
julliezouden bronzend hebben
zijzouden bronzend hebben
Progressive
Ongoing actions — using the aan het construction
Tegenwoordige duur
Present Progressive
zijn (present) + aan het + infinitiveikben aan het bronzen
jijbent aan het bronzen
hij/zij/hetis aan het bronzen
wijzijn aan het bronzen
julliezijn aan het bronzen
zijzijn aan het bronzen
Verleden duur
Past Progressive
zijn (past) + aan het + infinitiveikwas aan het bronzen
jijwas aan het bronzen
hij/zij/hetwas aan het bronzen
wijwaren aan het bronzen
julliewaren aan het bronzen
zijwaren aan het bronzen
›Formal & Archaic Forms
Subjunctive
Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions
Aanvoegende wijs
Subjunctive
bare stem — all personsSurvives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.
Archaic — formal/literary onlyikbronz
jijbronz
hij/zij/hetbronz
wijbronz
julliebronz
zijbronz
Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0