Dutch Verb
brouwen
to brew
takes hebbenstrongregular
Infinitive
brouwen
Past Participle
brouwend
Pres. Participle
brouwend
Imperative
brouw / brouwt
Simple Tenses
The two base forms — everything else builds from these
Tegenwoordige tijd
Present
ikbrouw
jijbrouwt
hij/zij/hetbrouwt
wijbrouwen
julliebrouwen
zijbrouwen
Verleden tijd
Simple Past
ikbrouwde
jijbrouwde
hij/zij/hetbrouwde
wijbrouwden
julliebrouwden
zijbrouwden
Perfect Tenses
Actions completed relative to a point in time
Voltooid tegenwoordige tijd
Perfect
hebben (present) + past participleikheb brouwend
jijhebt brouwend
hij/zij/hetheeft brouwend
wijhebben brouwend
julliehebben brouwend
zijhebben brouwend
Voltooid verleden tijd
Pluperfect
hebben (past) + past participleikhad brouwend
jijhad brouwend
hij/zij/hethad brouwend
wijhadden brouwend
julliehadden brouwend
zijhadden brouwend
Future Tenses
Events that will or would happen
Toekomende tijd
Future
zullen + infinitiveikzal brouwen
jijzal brouwen
hij/zij/hetzal brouwen
wijzullen brouwen
julliezullen brouwen
zijzullen brouwen
Voltooid toekomende tijd
Future Perfect
zullen + past participle + hebbenikzal brouwend hebben
jijzal brouwend hebben
hij/zij/hetzal brouwend hebben
wijzullen brouwend hebben
julliezullen brouwend hebben
zijzullen brouwend hebben
Conditional
Hypothetical and contrary-to-fact situations
Voorwaardelijke wijs
Conditional
zou/zouden + infinitiveikzou brouwen
jijzou brouwen
hij/zij/hetzou brouwen
wijzouden brouwen
julliezouden brouwen
zijzouden brouwen
Voltooid voorwaardelijke wijs
Conditional Perfect
zou/zouden + past participle + hebbenikzou brouwend hebben
jijzou brouwend hebben
hij/zij/hetzou brouwend hebben
wijzouden brouwend hebben
julliezouden brouwend hebben
zijzouden brouwend hebben
Progressive
Ongoing actions — using the aan het construction
Tegenwoordige duur
Present Progressive
zijn (present) + aan het + infinitiveikben aan het brouwen
jijbent aan het brouwen
hij/zij/hetis aan het brouwen
wijzijn aan het brouwen
julliezijn aan het brouwen
zijzijn aan het brouwen
Verleden duur
Past Progressive
zijn (past) + aan het + infinitiveikwas aan het brouwen
jijwas aan het brouwen
hij/zij/hetwas aan het brouwen
wijwaren aan het brouwen
julliewaren aan het brouwen
zijwaren aan het brouwen
›Formal & Archaic Forms
Subjunctive
Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions
Aanvoegende wijs
Subjunctive
bare stem — all personsSurvives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.
Archaic — formal/literary onlyikbrouw
jijbrouw
hij/zij/hetbrouw
wijbrouw
julliebrouw
zijbrouw
Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0