FlexiVerb

Dutch Verb

browsen

to browse

takes hebbenstrongregular

Infinitive

browsen

Past Participle

browsend

Pres. Participle

browsend

Imperative

browse / browset

Simple Tenses

The two base forms — everything else builds from these

Tegenwoordige tijd

Present

ikbrowse
jijbrowset
hij/zij/hetbrowset
wijbrowsen
julliebrowsen
zijbrowsen

Verleden tijd

Simple Past

ikbrowsede
jijbrowsede
hij/zij/hetbrowsede
wijbrowseden
julliebrowseden
zijbrowseden

Perfect Tenses

Actions completed relative to a point in time

Voltooid tegenwoordige tijd

Perfect

hebben (present) + past participle
ikheb browsend
jijhebt browsend
hij/zij/hetheeft browsend
wijhebben browsend
julliehebben browsend
zijhebben browsend

Voltooid verleden tijd

Pluperfect

hebben (past) + past participle
ikhad browsend
jijhad browsend
hij/zij/hethad browsend
wijhadden browsend
julliehadden browsend
zijhadden browsend

Future Tenses

Events that will or would happen

Toekomende tijd

Future

zullen + infinitive
ikzal browsen
jijzal browsen
hij/zij/hetzal browsen
wijzullen browsen
julliezullen browsen
zijzullen browsen

Voltooid toekomende tijd

Future Perfect

zullen + past participle + hebben
ikzal browsend hebben
jijzal browsend hebben
hij/zij/hetzal browsend hebben
wijzullen browsend hebben
julliezullen browsend hebben
zijzullen browsend hebben

Conditional

Hypothetical and contrary-to-fact situations

Voorwaardelijke wijs

Conditional

zou/zouden + infinitive
ikzou browsen
jijzou browsen
hij/zij/hetzou browsen
wijzouden browsen
julliezouden browsen
zijzouden browsen

Voltooid voorwaardelijke wijs

Conditional Perfect

zou/zouden + past participle + hebben
ikzou browsend hebben
jijzou browsend hebben
hij/zij/hetzou browsend hebben
wijzouden browsend hebben
julliezouden browsend hebben
zijzouden browsend hebben

Progressive

Ongoing actions — using the aan het construction

Tegenwoordige duur

Present Progressive

zijn (present) + aan het + infinitive
ikben aan het browsen
jijbent aan het browsen
hij/zij/hetis aan het browsen
wijzijn aan het browsen
julliezijn aan het browsen
zijzijn aan het browsen

Verleden duur

Past Progressive

zijn (past) + aan het + infinitive
ikwas aan het browsen
jijwas aan het browsen
hij/zij/hetwas aan het browsen
wijwaren aan het browsen
julliewaren aan het browsen
zijwaren aan het browsen
›Formal & Archaic Forms

Subjunctive

Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions

Aanvoegende wijs

Subjunctive

bare stem — all persons

Survives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.

Archaic — formal/literary only
ikbrows
jijbrows
hij/zij/hetbrows
wijbrows
julliebrows
zijbrows

Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0