FlexiVerb

Dutch Verb

dampen

to steam, to give off steam or smoke · to vape (to inhale the vapour of an electronic cigarette)

takes hebbenstrongregular

Infinitive

dampen

Past Participle

dampend

Pres. Participle

dampend

Imperative

damp / dampt

Simple Tenses

The two base forms — everything else builds from these

Tegenwoordige tijd

Present

ikdamp
jijdampt
hij/zij/hetdampt
wijdampen
julliedampen
zijdampen

Verleden tijd

Simple Past

ikdampte
jijdampte
hij/zij/hetdampte
wijdampten
julliedampten
zijdampten

Perfect Tenses

Actions completed relative to a point in time

Voltooid tegenwoordige tijd

Perfect

hebben (present) + past participle
ikheb dampend
jijhebt dampend
hij/zij/hetheeft dampend
wijhebben dampend
julliehebben dampend
zijhebben dampend

Voltooid verleden tijd

Pluperfect

hebben (past) + past participle
ikhad dampend
jijhad dampend
hij/zij/hethad dampend
wijhadden dampend
julliehadden dampend
zijhadden dampend

Future Tenses

Events that will or would happen

Toekomende tijd

Future

zullen + infinitive
ikzal dampen
jijzal dampen
hij/zij/hetzal dampen
wijzullen dampen
julliezullen dampen
zijzullen dampen

Voltooid toekomende tijd

Future Perfect

zullen + past participle + hebben
ikzal dampend hebben
jijzal dampend hebben
hij/zij/hetzal dampend hebben
wijzullen dampend hebben
julliezullen dampend hebben
zijzullen dampend hebben

Conditional

Hypothetical and contrary-to-fact situations

Voorwaardelijke wijs

Conditional

zou/zouden + infinitive
ikzou dampen
jijzou dampen
hij/zij/hetzou dampen
wijzouden dampen
julliezouden dampen
zijzouden dampen

Voltooid voorwaardelijke wijs

Conditional Perfect

zou/zouden + past participle + hebben
ikzou dampend hebben
jijzou dampend hebben
hij/zij/hetzou dampend hebben
wijzouden dampend hebben
julliezouden dampend hebben
zijzouden dampend hebben

Progressive

Ongoing actions — using the aan het construction

Tegenwoordige duur

Present Progressive

zijn (present) + aan het + infinitive
ikben aan het dampen
jijbent aan het dampen
hij/zij/hetis aan het dampen
wijzijn aan het dampen
julliezijn aan het dampen
zijzijn aan het dampen

Verleden duur

Past Progressive

zijn (past) + aan het + infinitive
ikwas aan het dampen
jijwas aan het dampen
hij/zij/hetwas aan het dampen
wijwaren aan het dampen
julliewaren aan het dampen
zijwaren aan het dampen
›Formal & Archaic Forms

Subjunctive

Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions

Aanvoegende wijs

Subjunctive

bare stem — all persons

Survives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.

Archaic — formal/literary only
ikdamp
jijdamp
hij/zij/hetdamp
wijdamp
julliedamp
zijdamp

Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0