Dutch Verb
dolken
to stab with a dagger
takes hebbenstrongregular
Infinitive
dolken
Past Participle
dolkend
Pres. Participle
dolkend
Imperative
dolk / dolkt
Simple Tenses
The two base forms — everything else builds from these
Tegenwoordige tijd
Present
ikdolk
jijdolkt
hij/zij/hetdolkt
wijdolken
julliedolken
zijdolken
Verleden tijd
Simple Past
ikdolkte
jijdolkte
hij/zij/hetdolkte
wijdolkten
julliedolkten
zijdolkten
Perfect Tenses
Actions completed relative to a point in time
Voltooid tegenwoordige tijd
Perfect
hebben (present) + past participleikheb dolkend
jijhebt dolkend
hij/zij/hetheeft dolkend
wijhebben dolkend
julliehebben dolkend
zijhebben dolkend
Voltooid verleden tijd
Pluperfect
hebben (past) + past participleikhad dolkend
jijhad dolkend
hij/zij/hethad dolkend
wijhadden dolkend
julliehadden dolkend
zijhadden dolkend
Future Tenses
Events that will or would happen
Toekomende tijd
Future
zullen + infinitiveikzal dolken
jijzal dolken
hij/zij/hetzal dolken
wijzullen dolken
julliezullen dolken
zijzullen dolken
Voltooid toekomende tijd
Future Perfect
zullen + past participle + hebbenikzal dolkend hebben
jijzal dolkend hebben
hij/zij/hetzal dolkend hebben
wijzullen dolkend hebben
julliezullen dolkend hebben
zijzullen dolkend hebben
Conditional
Hypothetical and contrary-to-fact situations
Voorwaardelijke wijs
Conditional
zou/zouden + infinitiveikzou dolken
jijzou dolken
hij/zij/hetzou dolken
wijzouden dolken
julliezouden dolken
zijzouden dolken
Voltooid voorwaardelijke wijs
Conditional Perfect
zou/zouden + past participle + hebbenikzou dolkend hebben
jijzou dolkend hebben
hij/zij/hetzou dolkend hebben
wijzouden dolkend hebben
julliezouden dolkend hebben
zijzouden dolkend hebben
Progressive
Ongoing actions — using the aan het construction
Tegenwoordige duur
Present Progressive
zijn (present) + aan het + infinitiveikben aan het dolken
jijbent aan het dolken
hij/zij/hetis aan het dolken
wijzijn aan het dolken
julliezijn aan het dolken
zijzijn aan het dolken
Verleden duur
Past Progressive
zijn (past) + aan het + infinitiveikwas aan het dolken
jijwas aan het dolken
hij/zij/hetwas aan het dolken
wijwaren aan het dolken
julliewaren aan het dolken
zijwaren aan het dolken
›Formal & Archaic Forms
Subjunctive
Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions
Aanvoegende wijs
Subjunctive
bare stem — all personsSurvives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.
Archaic — formal/literary onlyikdolk
jijdolk
hij/zij/hetdolk
wijdolk
julliedolk
zijdolk
Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0