Dutch Verb
dooien
to thaw, to melt
takes hebbenstrongregular
Infinitive
dooien
Past Participle
dooiend
Pres. Participle
dooiend
Imperative
dooi / dooit
Simple Tenses
The two base forms — everything else builds from these
Tegenwoordige tijd
Present
ikdooi
jijdooit
hij/zij/hetdooit
wijdooien
julliedooien
zijdooien
Verleden tijd
Simple Past
ikdooide
jijdooide
hij/zij/hetdooide
wijdooiden
julliedooiden
zijdooiden
Perfect Tenses
Actions completed relative to a point in time
Voltooid tegenwoordige tijd
Perfect
hebben (present) + past participleikheb dooiend
jijhebt dooiend
hij/zij/hetheeft dooiend
wijhebben dooiend
julliehebben dooiend
zijhebben dooiend
Voltooid verleden tijd
Pluperfect
hebben (past) + past participleikhad dooiend
jijhad dooiend
hij/zij/hethad dooiend
wijhadden dooiend
julliehadden dooiend
zijhadden dooiend
Future Tenses
Events that will or would happen
Toekomende tijd
Future
zullen + infinitiveikzal dooien
jijzal dooien
hij/zij/hetzal dooien
wijzullen dooien
julliezullen dooien
zijzullen dooien
Voltooid toekomende tijd
Future Perfect
zullen + past participle + hebbenikzal dooiend hebben
jijzal dooiend hebben
hij/zij/hetzal dooiend hebben
wijzullen dooiend hebben
julliezullen dooiend hebben
zijzullen dooiend hebben
Conditional
Hypothetical and contrary-to-fact situations
Voorwaardelijke wijs
Conditional
zou/zouden + infinitiveikzou dooien
jijzou dooien
hij/zij/hetzou dooien
wijzouden dooien
julliezouden dooien
zijzouden dooien
Voltooid voorwaardelijke wijs
Conditional Perfect
zou/zouden + past participle + hebbenikzou dooiend hebben
jijzou dooiend hebben
hij/zij/hetzou dooiend hebben
wijzouden dooiend hebben
julliezouden dooiend hebben
zijzouden dooiend hebben
Progressive
Ongoing actions — using the aan het construction
Tegenwoordige duur
Present Progressive
zijn (present) + aan het + infinitiveikben aan het dooien
jijbent aan het dooien
hij/zij/hetis aan het dooien
wijzijn aan het dooien
julliezijn aan het dooien
zijzijn aan het dooien
Verleden duur
Past Progressive
zijn (past) + aan het + infinitiveikwas aan het dooien
jijwas aan het dooien
hij/zij/hetwas aan het dooien
wijwaren aan het dooien
julliewaren aan het dooien
zijwaren aan het dooien
›Formal & Archaic Forms
Subjunctive
Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions
Aanvoegende wijs
Subjunctive
bare stem — all personsSurvives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.
Archaic — formal/literary onlyikdooi
jijdooi
hij/zij/hetdooi
wijdooi
julliedooi
zijdooi
Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0