Dutch Verb
doorgronden
to see through, to comprehend, to unravel (mysteries)
takes hebbenseparablestrongregular
Infinitive
doorgronden
Past Participle
doorgrondend
Pres. Participle
doorgrondend
Imperative
doorgrond / doorgrondt
Simple Tenses
The two base forms — everything else builds from these
Tegenwoordige tijd
Present
ikdoorgrond
jijdoorgrondt
hij/zij/hetdoorgrondt
wijdoorgronden
julliedoorgronden
zijdoorgronden
Verleden tijd
Simple Past
ikdoorgrondde
jijdoorgrondde
hij/zij/hetdoorgrondde
wijdoorgrondden
julliedoorgrondden
zijdoorgrondden
Perfect Tenses
Actions completed relative to a point in time
Voltooid tegenwoordige tijd
Perfect
hebben (present) + past participleikheb doorgrondend
jijhebt doorgrondend
hij/zij/hetheeft doorgrondend
wijhebben doorgrondend
julliehebben doorgrondend
zijhebben doorgrondend
Voltooid verleden tijd
Pluperfect
hebben (past) + past participleikhad doorgrondend
jijhad doorgrondend
hij/zij/hethad doorgrondend
wijhadden doorgrondend
julliehadden doorgrondend
zijhadden doorgrondend
Future Tenses
Events that will or would happen
Toekomende tijd
Future
zullen + infinitiveikzal doorgronden
jijzal doorgronden
hij/zij/hetzal doorgronden
wijzullen doorgronden
julliezullen doorgronden
zijzullen doorgronden
Voltooid toekomende tijd
Future Perfect
zullen + past participle + hebbenikzal doorgrondend hebben
jijzal doorgrondend hebben
hij/zij/hetzal doorgrondend hebben
wijzullen doorgrondend hebben
julliezullen doorgrondend hebben
zijzullen doorgrondend hebben
Conditional
Hypothetical and contrary-to-fact situations
Voorwaardelijke wijs
Conditional
zou/zouden + infinitiveikzou doorgronden
jijzou doorgronden
hij/zij/hetzou doorgronden
wijzouden doorgronden
julliezouden doorgronden
zijzouden doorgronden
Voltooid voorwaardelijke wijs
Conditional Perfect
zou/zouden + past participle + hebbenikzou doorgrondend hebben
jijzou doorgrondend hebben
hij/zij/hetzou doorgrondend hebben
wijzouden doorgrondend hebben
julliezouden doorgrondend hebben
zijzouden doorgrondend hebben
Progressive
Ongoing actions — using the aan het construction
Tegenwoordige duur
Present Progressive
zijn (present) + aan het + infinitiveikben aan het doorgronden
jijbent aan het doorgronden
hij/zij/hetis aan het doorgronden
wijzijn aan het doorgronden
julliezijn aan het doorgronden
zijzijn aan het doorgronden
Verleden duur
Past Progressive
zijn (past) + aan het + infinitiveikwas aan het doorgronden
jijwas aan het doorgronden
hij/zij/hetwas aan het doorgronden
wijwaren aan het doorgronden
julliewaren aan het doorgronden
zijwaren aan het doorgronden
›Formal & Archaic Forms
Subjunctive
Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions
Aanvoegende wijs
Subjunctive
bare stem — all personsSurvives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.
Archaic — formal/literary onlyikdoorgrond
jijdoorgrond
hij/zij/hetdoorgrond
wijdoorgrond
julliedoorgrond
zijdoorgrond
Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0