FlexiVerb

Dutch Verb

echoën

to echo (to repeat back what another has just said)

takes hebbenstrongregular

Infinitive

echoën

Past Participle

echoënd

Pres. Participle

echoënd

Imperative

echo / echoot

Simple Tenses

The two base forms — everything else builds from these

Tegenwoordige tijd

Present

ikecho
jijechoot
hij/zij/hetechoot
wijechoën
jullieechoën
zijechoën

Verleden tijd

Simple Past

ikechode
jijechode
hij/zij/hetechode
wijechoden
jullieechoden
zijechoden

Perfect Tenses

Actions completed relative to a point in time

Voltooid tegenwoordige tijd

Perfect

hebben (present) + past participle
ikheb echoënd
jijhebt echoënd
hij/zij/hetheeft echoënd
wijhebben echoënd
julliehebben echoënd
zijhebben echoënd

Voltooid verleden tijd

Pluperfect

hebben (past) + past participle
ikhad echoënd
jijhad echoënd
hij/zij/hethad echoënd
wijhadden echoënd
julliehadden echoënd
zijhadden echoënd

Future Tenses

Events that will or would happen

Toekomende tijd

Future

zullen + infinitive
ikzal echoën
jijzal echoën
hij/zij/hetzal echoën
wijzullen echoën
julliezullen echoën
zijzullen echoën

Voltooid toekomende tijd

Future Perfect

zullen + past participle + hebben
ikzal echoënd hebben
jijzal echoënd hebben
hij/zij/hetzal echoënd hebben
wijzullen echoënd hebben
julliezullen echoënd hebben
zijzullen echoënd hebben

Conditional

Hypothetical and contrary-to-fact situations

Voorwaardelijke wijs

Conditional

zou/zouden + infinitive
ikzou echoën
jijzou echoën
hij/zij/hetzou echoën
wijzouden echoën
julliezouden echoën
zijzouden echoën

Voltooid voorwaardelijke wijs

Conditional Perfect

zou/zouden + past participle + hebben
ikzou echoënd hebben
jijzou echoënd hebben
hij/zij/hetzou echoënd hebben
wijzouden echoënd hebben
julliezouden echoënd hebben
zijzouden echoënd hebben

Progressive

Ongoing actions — using the aan het construction

Tegenwoordige duur

Present Progressive

zijn (present) + aan het + infinitive
ikben aan het echoën
jijbent aan het echoën
hij/zij/hetis aan het echoën
wijzijn aan het echoën
julliezijn aan het echoën
zijzijn aan het echoën

Verleden duur

Past Progressive

zijn (past) + aan het + infinitive
ikwas aan het echoën
jijwas aan het echoën
hij/zij/hetwas aan het echoën
wijwaren aan het echoën
julliewaren aan het echoën
zijwaren aan het echoën
›Formal & Archaic Forms

Subjunctive

Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions

Aanvoegende wijs

Subjunctive

bare stem — all persons

Survives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.

Archaic — formal/literary only
ikechoë
jijechoë
hij/zij/hetechoë
wijechoë
jullieechoë
zijechoë

Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0