Dutch Verb
ervaren
to experience, to undergo
takes hebbenstrongregular
Infinitive
ervaren
Past Participle
ervarend
Pres. Participle
ervarend
Imperative
ervaar / ervaart
Simple Tenses
The two base forms — everything else builds from these
Tegenwoordige tijd
Present
ikervaar
jijervaart
hij/zij/hetervaart
wijervaren
jullieervaren
zijervaren
Verleden tijd
Simple Past
ikervoer
jijervoer
hij/zij/hetervoer
wijervoeren
jullieervoeren
zijervoeren
Perfect Tenses
Actions completed relative to a point in time
Voltooid tegenwoordige tijd
Perfect
hebben (present) + past participleikheb ervarend
jijhebt ervarend
hij/zij/hetheeft ervarend
wijhebben ervarend
julliehebben ervarend
zijhebben ervarend
Voltooid verleden tijd
Pluperfect
hebben (past) + past participleikhad ervarend
jijhad ervarend
hij/zij/hethad ervarend
wijhadden ervarend
julliehadden ervarend
zijhadden ervarend
Future Tenses
Events that will or would happen
Toekomende tijd
Future
zullen + infinitiveikzal ervaren
jijzal ervaren
hij/zij/hetzal ervaren
wijzullen ervaren
julliezullen ervaren
zijzullen ervaren
Voltooid toekomende tijd
Future Perfect
zullen + past participle + hebbenikzal ervarend hebben
jijzal ervarend hebben
hij/zij/hetzal ervarend hebben
wijzullen ervarend hebben
julliezullen ervarend hebben
zijzullen ervarend hebben
Conditional
Hypothetical and contrary-to-fact situations
Voorwaardelijke wijs
Conditional
zou/zouden + infinitiveikzou ervaren
jijzou ervaren
hij/zij/hetzou ervaren
wijzouden ervaren
julliezouden ervaren
zijzouden ervaren
Voltooid voorwaardelijke wijs
Conditional Perfect
zou/zouden + past participle + hebbenikzou ervarend hebben
jijzou ervarend hebben
hij/zij/hetzou ervarend hebben
wijzouden ervarend hebben
julliezouden ervarend hebben
zijzouden ervarend hebben
Progressive
Ongoing actions — using the aan het construction
Tegenwoordige duur
Present Progressive
zijn (present) + aan het + infinitiveikben aan het ervaren
jijbent aan het ervaren
hij/zij/hetis aan het ervaren
wijzijn aan het ervaren
julliezijn aan het ervaren
zijzijn aan het ervaren
Verleden duur
Past Progressive
zijn (past) + aan het + infinitiveikwas aan het ervaren
jijwas aan het ervaren
hij/zij/hetwas aan het ervaren
wijwaren aan het ervaren
julliewaren aan het ervaren
zijwaren aan het ervaren
›Formal & Archaic Forms
Subjunctive
Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions
Aanvoegende wijs
Subjunctive
bare stem — all personsSurvives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.
Archaic — formal/literary onlyikervar
jijervar
hij/zij/hetervar
wijervar
jullieervar
zijervar
Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0