Dutch Verb
gapen
to yawn · to gape
takes hebbenstrongregular
Infinitive
gapen
Past Participle
gapend
Pres. Participle
gapend
Imperative
gaap / gaapt
Simple Tenses
The two base forms — everything else builds from these
Tegenwoordige tijd
Present
ikgaap
jijgaapt
hij/zij/hetgaapt
wijgapen
julliegapen
zijgapen
Verleden tijd
Simple Past
ikgaapte
jijgaapte
hij/zij/hetgaapte
wijgaapten
julliegaapten
zijgaapten
Perfect Tenses
Actions completed relative to a point in time
Voltooid tegenwoordige tijd
Perfect
hebben (present) + past participleikheb gapend
jijhebt gapend
hij/zij/hetheeft gapend
wijhebben gapend
julliehebben gapend
zijhebben gapend
Voltooid verleden tijd
Pluperfect
hebben (past) + past participleikhad gapend
jijhad gapend
hij/zij/hethad gapend
wijhadden gapend
julliehadden gapend
zijhadden gapend
Future Tenses
Events that will or would happen
Toekomende tijd
Future
zullen + infinitiveikzal gapen
jijzal gapen
hij/zij/hetzal gapen
wijzullen gapen
julliezullen gapen
zijzullen gapen
Voltooid toekomende tijd
Future Perfect
zullen + past participle + hebbenikzal gapend hebben
jijzal gapend hebben
hij/zij/hetzal gapend hebben
wijzullen gapend hebben
julliezullen gapend hebben
zijzullen gapend hebben
Conditional
Hypothetical and contrary-to-fact situations
Voorwaardelijke wijs
Conditional
zou/zouden + infinitiveikzou gapen
jijzou gapen
hij/zij/hetzou gapen
wijzouden gapen
julliezouden gapen
zijzouden gapen
Voltooid voorwaardelijke wijs
Conditional Perfect
zou/zouden + past participle + hebbenikzou gapend hebben
jijzou gapend hebben
hij/zij/hetzou gapend hebben
wijzouden gapend hebben
julliezouden gapend hebben
zijzouden gapend hebben
Progressive
Ongoing actions — using the aan het construction
Tegenwoordige duur
Present Progressive
zijn (present) + aan het + infinitiveikben aan het gapen
jijbent aan het gapen
hij/zij/hetis aan het gapen
wijzijn aan het gapen
julliezijn aan het gapen
zijzijn aan het gapen
Verleden duur
Past Progressive
zijn (past) + aan het + infinitiveikwas aan het gapen
jijwas aan het gapen
hij/zij/hetwas aan het gapen
wijwaren aan het gapen
julliewaren aan het gapen
zijwaren aan het gapen
›Formal & Archaic Forms
Subjunctive
Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions
Aanvoegende wijs
Subjunctive
bare stem — all personsSurvives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.
Archaic — formal/literary onlyikgap
jijgap
hij/zij/hetgap
wijgap
julliegap
zijgap
Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0