FlexiVerb

Dutch Verb

gassen

to hit the gas, to accelerate a motor vehicle · to drive wildly and at high speed

takes hebbenstrongregular

Infinitive

gassen

Past Participle

gassend

Pres. Participle

gassend

Imperative

gas / gast

Simple Tenses

The two base forms — everything else builds from these

Tegenwoordige tijd

Present

ikgas
jijgast
hij/zij/hetgast
wijgassen
julliegassen
zijgassen

Verleden tijd

Simple Past

ikgaste
jijgaste
hij/zij/hetgaste
wijgasten
julliegasten
zijgasten

Perfect Tenses

Actions completed relative to a point in time

Voltooid tegenwoordige tijd

Perfect

hebben (present) + past participle
ikheb gassend
jijhebt gassend
hij/zij/hetheeft gassend
wijhebben gassend
julliehebben gassend
zijhebben gassend

Voltooid verleden tijd

Pluperfect

hebben (past) + past participle
ikhad gassend
jijhad gassend
hij/zij/hethad gassend
wijhadden gassend
julliehadden gassend
zijhadden gassend

Future Tenses

Events that will or would happen

Toekomende tijd

Future

zullen + infinitive
ikzal gassen
jijzal gassen
hij/zij/hetzal gassen
wijzullen gassen
julliezullen gassen
zijzullen gassen

Voltooid toekomende tijd

Future Perfect

zullen + past participle + hebben
ikzal gassend hebben
jijzal gassend hebben
hij/zij/hetzal gassend hebben
wijzullen gassend hebben
julliezullen gassend hebben
zijzullen gassend hebben

Conditional

Hypothetical and contrary-to-fact situations

Voorwaardelijke wijs

Conditional

zou/zouden + infinitive
ikzou gassen
jijzou gassen
hij/zij/hetzou gassen
wijzouden gassen
julliezouden gassen
zijzouden gassen

Voltooid voorwaardelijke wijs

Conditional Perfect

zou/zouden + past participle + hebben
ikzou gassend hebben
jijzou gassend hebben
hij/zij/hetzou gassend hebben
wijzouden gassend hebben
julliezouden gassend hebben
zijzouden gassend hebben

Progressive

Ongoing actions — using the aan het construction

Tegenwoordige duur

Present Progressive

zijn (present) + aan het + infinitive
ikben aan het gassen
jijbent aan het gassen
hij/zij/hetis aan het gassen
wijzijn aan het gassen
julliezijn aan het gassen
zijzijn aan het gassen

Verleden duur

Past Progressive

zijn (past) + aan het + infinitive
ikwas aan het gassen
jijwas aan het gassen
hij/zij/hetwas aan het gassen
wijwaren aan het gassen
julliewaren aan het gassen
zijwaren aan het gassen
›Formal & Archaic Forms

Subjunctive

Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions

Aanvoegende wijs

Subjunctive

bare stem — all persons

Survives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.

Archaic — formal/literary only
ikgass
jijgass
hij/zij/hetgass
wijgass
julliegass
zijgass

Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0