FlexiVerb

Dutch Verb

gedogen

to tolerate, to permit, to condone

takes hebbenweak

Infinitive

gedogen

Past Participle

gedogend

Pres. Participle

gedogend

Imperative

gedoog / gedoogt

Simple Tenses

The two base forms — everything else builds from these

Tegenwoordige tijd

Present

ikgedoog
jijgedoogt
hij/zij/hetgedoogt
wijgedogen
julliegedogen
zijgedogen

Verleden tijd

Simple Past

ikgedoogde
jijgedoogde
hij/zij/hetgedoogde
wijgedoogden
julliegedoogden
zijgedoogden

Perfect Tenses

Actions completed relative to a point in time

Voltooid tegenwoordige tijd

Perfect

hebben (present) + past participle
ikheb gedogend
jijhebt gedogend
hij/zij/hetheeft gedogend
wijhebben gedogend
julliehebben gedogend
zijhebben gedogend

Voltooid verleden tijd

Pluperfect

hebben (past) + past participle
ikhad gedogend
jijhad gedogend
hij/zij/hethad gedogend
wijhadden gedogend
julliehadden gedogend
zijhadden gedogend

Future Tenses

Events that will or would happen

Toekomende tijd

Future

zullen + infinitive
ikzal gedogen
jijzal gedogen
hij/zij/hetzal gedogen
wijzullen gedogen
julliezullen gedogen
zijzullen gedogen

Voltooid toekomende tijd

Future Perfect

zullen + past participle + hebben
ikzal gedogend hebben
jijzal gedogend hebben
hij/zij/hetzal gedogend hebben
wijzullen gedogend hebben
julliezullen gedogend hebben
zijzullen gedogend hebben

Conditional

Hypothetical and contrary-to-fact situations

Voorwaardelijke wijs

Conditional

zou/zouden + infinitive
ikzou gedogen
jijzou gedogen
hij/zij/hetzou gedogen
wijzouden gedogen
julliezouden gedogen
zijzouden gedogen

Voltooid voorwaardelijke wijs

Conditional Perfect

zou/zouden + past participle + hebben
ikzou gedogend hebben
jijzou gedogend hebben
hij/zij/hetzou gedogend hebben
wijzouden gedogend hebben
julliezouden gedogend hebben
zijzouden gedogend hebben

Progressive

Ongoing actions — using the aan het construction

Tegenwoordige duur

Present Progressive

zijn (present) + aan het + infinitive
ikben aan het gedogen
jijbent aan het gedogen
hij/zij/hetis aan het gedogen
wijzijn aan het gedogen
julliezijn aan het gedogen
zijzijn aan het gedogen

Verleden duur

Past Progressive

zijn (past) + aan het + infinitive
ikwas aan het gedogen
jijwas aan het gedogen
hij/zij/hetwas aan het gedogen
wijwaren aan het gedogen
julliewaren aan het gedogen
zijwaren aan het gedogen
›Formal & Archaic Forms

Subjunctive

Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions

Aanvoegende wijs

Subjunctive

bare stem — all persons

Survives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.

Archaic — formal/literary only
ikgedog
jijgedog
hij/zij/hetgedog
wijgedog
julliegedog
zijgedog

Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0