FlexiVerb

Dutch Verb

gehoorzamen

to obey

takes hebbenweak

Infinitive

gehoorzamen

Past Participle

gehoorzamend

Pres. Participle

gehoorzamend

Imperative

gehoorzaam / gehoorzaamt

Simple Tenses

The two base forms — everything else builds from these

Tegenwoordige tijd

Present

ikgehoorzaam
jijgehoorzaamt
hij/zij/hetgehoorzaamt
wijgehoorzamen
julliegehoorzamen
zijgehoorzamen

Verleden tijd

Simple Past

ikgehoorzaamde
jijgehoorzaamde
hij/zij/hetgehoorzaamde
wijgehoorzaamden
julliegehoorzaamden
zijgehoorzaamden

Perfect Tenses

Actions completed relative to a point in time

Voltooid tegenwoordige tijd

Perfect

hebben (present) + past participle
ikheb gehoorzamend
jijhebt gehoorzamend
hij/zij/hetheeft gehoorzamend
wijhebben gehoorzamend
julliehebben gehoorzamend
zijhebben gehoorzamend

Voltooid verleden tijd

Pluperfect

hebben (past) + past participle
ikhad gehoorzamend
jijhad gehoorzamend
hij/zij/hethad gehoorzamend
wijhadden gehoorzamend
julliehadden gehoorzamend
zijhadden gehoorzamend

Future Tenses

Events that will or would happen

Toekomende tijd

Future

zullen + infinitive
ikzal gehoorzamen
jijzal gehoorzamen
hij/zij/hetzal gehoorzamen
wijzullen gehoorzamen
julliezullen gehoorzamen
zijzullen gehoorzamen

Voltooid toekomende tijd

Future Perfect

zullen + past participle + hebben
ikzal gehoorzamend hebben
jijzal gehoorzamend hebben
hij/zij/hetzal gehoorzamend hebben
wijzullen gehoorzamend hebben
julliezullen gehoorzamend hebben
zijzullen gehoorzamend hebben

Conditional

Hypothetical and contrary-to-fact situations

Voorwaardelijke wijs

Conditional

zou/zouden + infinitive
ikzou gehoorzamen
jijzou gehoorzamen
hij/zij/hetzou gehoorzamen
wijzouden gehoorzamen
julliezouden gehoorzamen
zijzouden gehoorzamen

Voltooid voorwaardelijke wijs

Conditional Perfect

zou/zouden + past participle + hebben
ikzou gehoorzamend hebben
jijzou gehoorzamend hebben
hij/zij/hetzou gehoorzamend hebben
wijzouden gehoorzamend hebben
julliezouden gehoorzamend hebben
zijzouden gehoorzamend hebben

Progressive

Ongoing actions — using the aan het construction

Tegenwoordige duur

Present Progressive

zijn (present) + aan het + infinitive
ikben aan het gehoorzamen
jijbent aan het gehoorzamen
hij/zij/hetis aan het gehoorzamen
wijzijn aan het gehoorzamen
julliezijn aan het gehoorzamen
zijzijn aan het gehoorzamen

Verleden duur

Past Progressive

zijn (past) + aan het + infinitive
ikwas aan het gehoorzamen
jijwas aan het gehoorzamen
hij/zij/hetwas aan het gehoorzamen
wijwaren aan het gehoorzamen
julliewaren aan het gehoorzamen
zijwaren aan het gehoorzamen
›Formal & Archaic Forms

Subjunctive

Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions

Aanvoegende wijs

Subjunctive

bare stem — all persons

Survives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.

Archaic — formal/literary only
ikgehoorzam
jijgehoorzam
hij/zij/hetgehoorzam
wijgehoorzam
julliegehoorzam
zijgehoorzam

Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0