Dutch Verb
geuren
to smell (have a particular smell)
takes hebbenweak
Infinitive
geuren
Past Participle
geurend
Pres. Participle
geurend
Imperative
geur / geurt
Simple Tenses
The two base forms — everything else builds from these
Tegenwoordige tijd
Present
ikgeur
jijgeurt
hij/zij/hetgeurt
wijgeuren
julliegeuren
zijgeuren
Verleden tijd
Simple Past
ikgeurde
jijgeurde
hij/zij/hetgeurde
wijgeurden
julliegeurden
zijgeurden
Perfect Tenses
Actions completed relative to a point in time
Voltooid tegenwoordige tijd
Perfect
hebben (present) + past participleikheb geurend
jijhebt geurend
hij/zij/hetheeft geurend
wijhebben geurend
julliehebben geurend
zijhebben geurend
Voltooid verleden tijd
Pluperfect
hebben (past) + past participleikhad geurend
jijhad geurend
hij/zij/hethad geurend
wijhadden geurend
julliehadden geurend
zijhadden geurend
Future Tenses
Events that will or would happen
Toekomende tijd
Future
zullen + infinitiveikzal geuren
jijzal geuren
hij/zij/hetzal geuren
wijzullen geuren
julliezullen geuren
zijzullen geuren
Voltooid toekomende tijd
Future Perfect
zullen + past participle + hebbenikzal geurend hebben
jijzal geurend hebben
hij/zij/hetzal geurend hebben
wijzullen geurend hebben
julliezullen geurend hebben
zijzullen geurend hebben
Conditional
Hypothetical and contrary-to-fact situations
Voorwaardelijke wijs
Conditional
zou/zouden + infinitiveikzou geuren
jijzou geuren
hij/zij/hetzou geuren
wijzouden geuren
julliezouden geuren
zijzouden geuren
Voltooid voorwaardelijke wijs
Conditional Perfect
zou/zouden + past participle + hebbenikzou geurend hebben
jijzou geurend hebben
hij/zij/hetzou geurend hebben
wijzouden geurend hebben
julliezouden geurend hebben
zijzouden geurend hebben
Progressive
Ongoing actions — using the aan het construction
Tegenwoordige duur
Present Progressive
zijn (present) + aan het + infinitiveikben aan het geuren
jijbent aan het geuren
hij/zij/hetis aan het geuren
wijzijn aan het geuren
julliezijn aan het geuren
zijzijn aan het geuren
Verleden duur
Past Progressive
zijn (past) + aan het + infinitiveikwas aan het geuren
jijwas aan het geuren
hij/zij/hetwas aan het geuren
wijwaren aan het geuren
julliewaren aan het geuren
zijwaren aan het geuren
›Formal & Archaic Forms
Subjunctive
Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions
Aanvoegende wijs
Subjunctive
bare stem — all personsSurvives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.
Archaic — formal/literary onlyikgeur
jijgeur
hij/zij/hetgeur
wijgeur
julliegeur
zijgeur
Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0