FlexiVerb

Dutch Verb

hemelen

to hide, to remove · to fix, to repair

takes hebbenstrongregular

Infinitive

hemelen

Past Participle

hemelend

Pres. Participle

hemelend

Imperative

hemel / hemelt

Simple Tenses

The two base forms — everything else builds from these

Tegenwoordige tijd

Present

ikhemel
jijhemelt
hij/zij/hethemelt
wijhemelen
julliehemelen
zijhemelen

Verleden tijd

Simple Past

ikhemelde
jijhemelde
hij/zij/hethemelde
wijhemelden
julliehemelden
zijhemelden

Perfect Tenses

Actions completed relative to a point in time

Voltooid tegenwoordige tijd

Perfect

hebben (present) + past participle
ikheb hemelend
jijhebt hemelend
hij/zij/hetheeft hemelend
wijhebben hemelend
julliehebben hemelend
zijhebben hemelend

Voltooid verleden tijd

Pluperfect

hebben (past) + past participle
ikhad hemelend
jijhad hemelend
hij/zij/hethad hemelend
wijhadden hemelend
julliehadden hemelend
zijhadden hemelend

Future Tenses

Events that will or would happen

Toekomende tijd

Future

zullen + infinitive
ikzal hemelen
jijzal hemelen
hij/zij/hetzal hemelen
wijzullen hemelen
julliezullen hemelen
zijzullen hemelen

Voltooid toekomende tijd

Future Perfect

zullen + past participle + hebben
ikzal hemelend hebben
jijzal hemelend hebben
hij/zij/hetzal hemelend hebben
wijzullen hemelend hebben
julliezullen hemelend hebben
zijzullen hemelend hebben

Conditional

Hypothetical and contrary-to-fact situations

Voorwaardelijke wijs

Conditional

zou/zouden + infinitive
ikzou hemelen
jijzou hemelen
hij/zij/hetzou hemelen
wijzouden hemelen
julliezouden hemelen
zijzouden hemelen

Voltooid voorwaardelijke wijs

Conditional Perfect

zou/zouden + past participle + hebben
ikzou hemelend hebben
jijzou hemelend hebben
hij/zij/hetzou hemelend hebben
wijzouden hemelend hebben
julliezouden hemelend hebben
zijzouden hemelend hebben

Progressive

Ongoing actions — using the aan het construction

Tegenwoordige duur

Present Progressive

zijn (present) + aan het + infinitive
ikben aan het hemelen
jijbent aan het hemelen
hij/zij/hetis aan het hemelen
wijzijn aan het hemelen
julliezijn aan het hemelen
zijzijn aan het hemelen

Verleden duur

Past Progressive

zijn (past) + aan het + infinitive
ikwas aan het hemelen
jijwas aan het hemelen
hij/zij/hetwas aan het hemelen
wijwaren aan het hemelen
julliewaren aan het hemelen
zijwaren aan het hemelen
›Formal & Archaic Forms

Subjunctive

Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions

Aanvoegende wijs

Subjunctive

bare stem — all persons

Survives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.

Archaic — formal/literary only
ikhemel
jijhemel
hij/zij/hethemel
wijhemel
julliehemel
zijhemel

Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0