Dutch Verb
hernemen
to retake (take again) · to perform (the same work) again on stage
takes hebbenstrongregular
Infinitive
hernemen
Past Participle
hernemend
Pres. Participle
hernemend
Imperative
herneem / herneemt
Simple Tenses
The two base forms — everything else builds from these
Tegenwoordige tijd
Present
ikherneem
jijherneemt
hij/zij/hetherneemt
wijhernemen
julliehernemen
zijhernemen
Verleden tijd
Simple Past
ikhernam
jijhernam
hij/zij/hethernam
wijhernamen
julliehernamen
zijhernamen
Perfect Tenses
Actions completed relative to a point in time
Voltooid tegenwoordige tijd
Perfect
hebben (present) + past participleikheb hernemend
jijhebt hernemend
hij/zij/hetheeft hernemend
wijhebben hernemend
julliehebben hernemend
zijhebben hernemend
Voltooid verleden tijd
Pluperfect
hebben (past) + past participleikhad hernemend
jijhad hernemend
hij/zij/hethad hernemend
wijhadden hernemend
julliehadden hernemend
zijhadden hernemend
Future Tenses
Events that will or would happen
Toekomende tijd
Future
zullen + infinitiveikzal hernemen
jijzal hernemen
hij/zij/hetzal hernemen
wijzullen hernemen
julliezullen hernemen
zijzullen hernemen
Voltooid toekomende tijd
Future Perfect
zullen + past participle + hebbenikzal hernemend hebben
jijzal hernemend hebben
hij/zij/hetzal hernemend hebben
wijzullen hernemend hebben
julliezullen hernemend hebben
zijzullen hernemend hebben
Conditional
Hypothetical and contrary-to-fact situations
Voorwaardelijke wijs
Conditional
zou/zouden + infinitiveikzou hernemen
jijzou hernemen
hij/zij/hetzou hernemen
wijzouden hernemen
julliezouden hernemen
zijzouden hernemen
Voltooid voorwaardelijke wijs
Conditional Perfect
zou/zouden + past participle + hebbenikzou hernemend hebben
jijzou hernemend hebben
hij/zij/hetzou hernemend hebben
wijzouden hernemend hebben
julliezouden hernemend hebben
zijzouden hernemend hebben
Progressive
Ongoing actions — using the aan het construction
Tegenwoordige duur
Present Progressive
zijn (present) + aan het + infinitiveikben aan het hernemen
jijbent aan het hernemen
hij/zij/hetis aan het hernemen
wijzijn aan het hernemen
julliezijn aan het hernemen
zijzijn aan het hernemen
Verleden duur
Past Progressive
zijn (past) + aan het + infinitiveikwas aan het hernemen
jijwas aan het hernemen
hij/zij/hetwas aan het hernemen
wijwaren aan het hernemen
julliewaren aan het hernemen
zijwaren aan het hernemen
›Formal & Archaic Forms
Subjunctive
Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions
Aanvoegende wijs
Subjunctive
bare stem — all personsSurvives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.
Archaic — formal/literary onlyikhernem
jijhernem
hij/zij/hethernem
wijhernem
julliehernem
zijhernem
Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0