FlexiVerb

Dutch Verb

hoeden

to tend, to look after, to take care of · to beware of, to guard against, to prevent

takes hebbenstrongregular

Infinitive

hoeden

Past Participle

hoedend

Pres. Participle

hoedend

Imperative

hoed / hoedt

Simple Tenses

The two base forms — everything else builds from these

Tegenwoordige tijd

Present

ikhoed
jijhoedt
hij/zij/hethoedt
wijhoeden
julliehoeden
zijhoeden

Verleden tijd

Simple Past

ikhoedde
jijhoedde
hij/zij/hethoedde
wijhoedden
julliehoedden
zijhoedden

Perfect Tenses

Actions completed relative to a point in time

Voltooid tegenwoordige tijd

Perfect

hebben (present) + past participle
ikheb hoedend
jijhebt hoedend
hij/zij/hetheeft hoedend
wijhebben hoedend
julliehebben hoedend
zijhebben hoedend

Voltooid verleden tijd

Pluperfect

hebben (past) + past participle
ikhad hoedend
jijhad hoedend
hij/zij/hethad hoedend
wijhadden hoedend
julliehadden hoedend
zijhadden hoedend

Future Tenses

Events that will or would happen

Toekomende tijd

Future

zullen + infinitive
ikzal hoeden
jijzal hoeden
hij/zij/hetzal hoeden
wijzullen hoeden
julliezullen hoeden
zijzullen hoeden

Voltooid toekomende tijd

Future Perfect

zullen + past participle + hebben
ikzal hoedend hebben
jijzal hoedend hebben
hij/zij/hetzal hoedend hebben
wijzullen hoedend hebben
julliezullen hoedend hebben
zijzullen hoedend hebben

Conditional

Hypothetical and contrary-to-fact situations

Voorwaardelijke wijs

Conditional

zou/zouden + infinitive
ikzou hoeden
jijzou hoeden
hij/zij/hetzou hoeden
wijzouden hoeden
julliezouden hoeden
zijzouden hoeden

Voltooid voorwaardelijke wijs

Conditional Perfect

zou/zouden + past participle + hebben
ikzou hoedend hebben
jijzou hoedend hebben
hij/zij/hetzou hoedend hebben
wijzouden hoedend hebben
julliezouden hoedend hebben
zijzouden hoedend hebben

Progressive

Ongoing actions — using the aan het construction

Tegenwoordige duur

Present Progressive

zijn (present) + aan het + infinitive
ikben aan het hoeden
jijbent aan het hoeden
hij/zij/hetis aan het hoeden
wijzijn aan het hoeden
julliezijn aan het hoeden
zijzijn aan het hoeden

Verleden duur

Past Progressive

zijn (past) + aan het + infinitive
ikwas aan het hoeden
jijwas aan het hoeden
hij/zij/hetwas aan het hoeden
wijwaren aan het hoeden
julliewaren aan het hoeden
zijwaren aan het hoeden
›Formal & Archaic Forms

Subjunctive

Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions

Aanvoegende wijs

Subjunctive

bare stem — all persons

Survives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.

Archaic — formal/literary only
ikhoed
jijhoed
hij/zij/hethoed
wijhoed
julliehoed
zijhoed

Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0