FlexiVerb

Dutch Verb

instappen

to get in

takes zijnseparablestrongregular

Infinitive

instappen

Past Participle

instappend

Pres. Participle

instappend

Imperative

stap in / stapt in

Simple Tenses

The two base forms — everything else builds from these

Tegenwoordige tijd

Present

ikstap in
jijstapt in
hij/zij/hetstapt in
wijstappen in
julliestappen in
zijstappen in

Verleden tijd

Simple Past

ikstapte in
jijstapte in
hij/zij/hetstapte in
wijstapten in
julliestapten in
zijstapten in

Perfect Tenses

Actions completed relative to a point in time

Voltooid tegenwoordige tijd

Perfect

zijn (present) + past participle
ikben instappend
jijbent instappend
hij/zij/hetis instappend
wijzijn instappend
julliezijn instappend
zijzijn instappend

Voltooid verleden tijd

Pluperfect

zijn (past) + past participle
ikwas instappend
jijwas instappend
hij/zij/hetwas instappend
wijwaren instappend
julliewaren instappend
zijwaren instappend

Future Tenses

Events that will or would happen

Toekomende tijd

Future

zullen + infinitive
ikzal instappen
jijzal instappen
hij/zij/hetzal instappen
wijzullen instappen
julliezullen instappen
zijzullen instappen

Voltooid toekomende tijd

Future Perfect

zullen + past participle + zijn
ikzal instappend zijn
jijzal instappend zijn
hij/zij/hetzal instappend zijn
wijzullen instappend zijn
julliezullen instappend zijn
zijzullen instappend zijn

Conditional

Hypothetical and contrary-to-fact situations

Voorwaardelijke wijs

Conditional

zou/zouden + infinitive
ikzou instappen
jijzou instappen
hij/zij/hetzou instappen
wijzouden instappen
julliezouden instappen
zijzouden instappen

Voltooid voorwaardelijke wijs

Conditional Perfect

zou/zouden + past participle + zijn
ikzou instappend zijn
jijzou instappend zijn
hij/zij/hetzou instappend zijn
wijzouden instappend zijn
julliezouden instappend zijn
zijzouden instappend zijn

Progressive

Ongoing actions — using the aan het construction

Tegenwoordige duur

Present Progressive

zijn (present) + aan het + infinitive
ikben aan het instappen
jijbent aan het instappen
hij/zij/hetis aan het instappen
wijzijn aan het instappen
julliezijn aan het instappen
zijzijn aan het instappen

Verleden duur

Past Progressive

zijn (past) + aan het + infinitive
ikwas aan het instappen
jijwas aan het instappen
hij/zij/hetwas aan het instappen
wijwaren aan het instappen
julliewaren aan het instappen
zijwaren aan het instappen
›Formal & Archaic Forms

Subjunctive

Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions

Aanvoegende wijs

Subjunctive

bare stem — all persons

Survives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.

Archaic — formal/literary only
ikinstapp
jijinstapp
hij/zij/hetinstapp
wijinstapp
jullieinstapp
zijinstapp

Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0