FlexiVerb

Dutch Verb

intomen

to curb

takes hebbenseparablestrongregular

Infinitive

intomen

Past Participle

intomend

Pres. Participle

intomend

Imperative

toom in / toomt in

Simple Tenses

The two base forms — everything else builds from these

Tegenwoordige tijd

Present

iktoom in
jijtoomt in
hij/zij/hettoomt in
wijtomen in
jullietomen in
zijtomen in

Verleden tijd

Simple Past

iktoomde in
jijtoomde in
hij/zij/hettoomde in
wijtoomden in
jullietoomden in
zijtoomden in

Perfect Tenses

Actions completed relative to a point in time

Voltooid tegenwoordige tijd

Perfect

hebben (present) + past participle
ikheb intomend
jijhebt intomend
hij/zij/hetheeft intomend
wijhebben intomend
julliehebben intomend
zijhebben intomend

Voltooid verleden tijd

Pluperfect

hebben (past) + past participle
ikhad intomend
jijhad intomend
hij/zij/hethad intomend
wijhadden intomend
julliehadden intomend
zijhadden intomend

Future Tenses

Events that will or would happen

Toekomende tijd

Future

zullen + infinitive
ikzal intomen
jijzal intomen
hij/zij/hetzal intomen
wijzullen intomen
julliezullen intomen
zijzullen intomen

Voltooid toekomende tijd

Future Perfect

zullen + past participle + hebben
ikzal intomend hebben
jijzal intomend hebben
hij/zij/hetzal intomend hebben
wijzullen intomend hebben
julliezullen intomend hebben
zijzullen intomend hebben

Conditional

Hypothetical and contrary-to-fact situations

Voorwaardelijke wijs

Conditional

zou/zouden + infinitive
ikzou intomen
jijzou intomen
hij/zij/hetzou intomen
wijzouden intomen
julliezouden intomen
zijzouden intomen

Voltooid voorwaardelijke wijs

Conditional Perfect

zou/zouden + past participle + hebben
ikzou intomend hebben
jijzou intomend hebben
hij/zij/hetzou intomend hebben
wijzouden intomend hebben
julliezouden intomend hebben
zijzouden intomend hebben

Progressive

Ongoing actions — using the aan het construction

Tegenwoordige duur

Present Progressive

zijn (present) + aan het + infinitive
ikben aan het intomen
jijbent aan het intomen
hij/zij/hetis aan het intomen
wijzijn aan het intomen
julliezijn aan het intomen
zijzijn aan het intomen

Verleden duur

Past Progressive

zijn (past) + aan het + infinitive
ikwas aan het intomen
jijwas aan het intomen
hij/zij/hetwas aan het intomen
wijwaren aan het intomen
julliewaren aan het intomen
zijwaren aan het intomen
›Formal & Archaic Forms

Subjunctive

Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions

Aanvoegende wijs

Subjunctive

bare stem — all persons

Survives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.

Archaic — formal/literary only
ikintom
jijintom
hij/zij/hetintom
wijintom
jullieintom
zijintom

Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0