Dutch Verb
invoeren
to introduce · to input, enter · to import
takes hebbenseparablestrongregular
Infinitive
invoeren
Past Participle
invoerend
Pres. Participle
invoerend
Imperative
voer in / voert in
Simple Tenses
The two base forms — everything else builds from these
Tegenwoordige tijd
Present
ikvoer in
jijvoert in
hij/zij/hetvoert in
wijvoeren in
jullievoeren in
zijvoeren in
Verleden tijd
Simple Past
ikvoerde in
jijvoerde in
hij/zij/hetvoerde in
wijvoerden in
jullievoerden in
zijvoerden in
Perfect Tenses
Actions completed relative to a point in time
Voltooid tegenwoordige tijd
Perfect
hebben (present) + past participleikheb invoerend
jijhebt invoerend
hij/zij/hetheeft invoerend
wijhebben invoerend
julliehebben invoerend
zijhebben invoerend
Voltooid verleden tijd
Pluperfect
hebben (past) + past participleikhad invoerend
jijhad invoerend
hij/zij/hethad invoerend
wijhadden invoerend
julliehadden invoerend
zijhadden invoerend
Future Tenses
Events that will or would happen
Toekomende tijd
Future
zullen + infinitiveikzal invoeren
jijzal invoeren
hij/zij/hetzal invoeren
wijzullen invoeren
julliezullen invoeren
zijzullen invoeren
Voltooid toekomende tijd
Future Perfect
zullen + past participle + hebbenikzal invoerend hebben
jijzal invoerend hebben
hij/zij/hetzal invoerend hebben
wijzullen invoerend hebben
julliezullen invoerend hebben
zijzullen invoerend hebben
Conditional
Hypothetical and contrary-to-fact situations
Voorwaardelijke wijs
Conditional
zou/zouden + infinitiveikzou invoeren
jijzou invoeren
hij/zij/hetzou invoeren
wijzouden invoeren
julliezouden invoeren
zijzouden invoeren
Voltooid voorwaardelijke wijs
Conditional Perfect
zou/zouden + past participle + hebbenikzou invoerend hebben
jijzou invoerend hebben
hij/zij/hetzou invoerend hebben
wijzouden invoerend hebben
julliezouden invoerend hebben
zijzouden invoerend hebben
Progressive
Ongoing actions — using the aan het construction
Tegenwoordige duur
Present Progressive
zijn (present) + aan het + infinitiveikben aan het invoeren
jijbent aan het invoeren
hij/zij/hetis aan het invoeren
wijzijn aan het invoeren
julliezijn aan het invoeren
zijzijn aan het invoeren
Verleden duur
Past Progressive
zijn (past) + aan het + infinitiveikwas aan het invoeren
jijwas aan het invoeren
hij/zij/hetwas aan het invoeren
wijwaren aan het invoeren
julliewaren aan het invoeren
zijwaren aan het invoeren
›Formal & Archaic Forms
Subjunctive
Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions
Aanvoegende wijs
Subjunctive
bare stem — all personsSurvives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.
Archaic — formal/literary onlyikinvoer
jijinvoer
hij/zij/hetinvoer
wijinvoer
jullieinvoer
zijinvoer
Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0