FlexiVerb

Dutch Verb

kermen

to moan, to groan

takes hebbenstrongregular

Infinitive

kermen

Past Participle

kermend

Pres. Participle

kermend

Imperative

kerm / kermt

Simple Tenses

The two base forms — everything else builds from these

Tegenwoordige tijd

Present

ikkerm
jijkermt
hij/zij/hetkermt
wijkermen
julliekermen
zijkermen

Verleden tijd

Simple Past

ikkermde
jijkermde
hij/zij/hetkermde
wijkermden
julliekermden
zijkermden

Perfect Tenses

Actions completed relative to a point in time

Voltooid tegenwoordige tijd

Perfect

hebben (present) + past participle
ikheb kermend
jijhebt kermend
hij/zij/hetheeft kermend
wijhebben kermend
julliehebben kermend
zijhebben kermend

Voltooid verleden tijd

Pluperfect

hebben (past) + past participle
ikhad kermend
jijhad kermend
hij/zij/hethad kermend
wijhadden kermend
julliehadden kermend
zijhadden kermend

Future Tenses

Events that will or would happen

Toekomende tijd

Future

zullen + infinitive
ikzal kermen
jijzal kermen
hij/zij/hetzal kermen
wijzullen kermen
julliezullen kermen
zijzullen kermen

Voltooid toekomende tijd

Future Perfect

zullen + past participle + hebben
ikzal kermend hebben
jijzal kermend hebben
hij/zij/hetzal kermend hebben
wijzullen kermend hebben
julliezullen kermend hebben
zijzullen kermend hebben

Conditional

Hypothetical and contrary-to-fact situations

Voorwaardelijke wijs

Conditional

zou/zouden + infinitive
ikzou kermen
jijzou kermen
hij/zij/hetzou kermen
wijzouden kermen
julliezouden kermen
zijzouden kermen

Voltooid voorwaardelijke wijs

Conditional Perfect

zou/zouden + past participle + hebben
ikzou kermend hebben
jijzou kermend hebben
hij/zij/hetzou kermend hebben
wijzouden kermend hebben
julliezouden kermend hebben
zijzouden kermend hebben

Progressive

Ongoing actions — using the aan het construction

Tegenwoordige duur

Present Progressive

zijn (present) + aan het + infinitive
ikben aan het kermen
jijbent aan het kermen
hij/zij/hetis aan het kermen
wijzijn aan het kermen
julliezijn aan het kermen
zijzijn aan het kermen

Verleden duur

Past Progressive

zijn (past) + aan het + infinitive
ikwas aan het kermen
jijwas aan het kermen
hij/zij/hetwas aan het kermen
wijwaren aan het kermen
julliewaren aan het kermen
zijwaren aan het kermen
›Formal & Archaic Forms

Subjunctive

Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions

Aanvoegende wijs

Subjunctive

bare stem — all persons

Survives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.

Archaic — formal/literary only
ikkerm
jijkerm
hij/zij/hetkerm
wijkerm
julliekerm
zijkerm

Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0