Dutch Verb
konden
To announce, proclaim, make known.
takes hebbenstrongregular
Infinitive
konden
Past Participle
kondend
Pres. Participle
kondend
Imperative
kond / kondt
Simple Tenses
The two base forms — everything else builds from these
Tegenwoordige tijd
Present
ikkond
jijkondt
hij/zij/hetkondt
wijkonden
julliekonden
zijkonden
Verleden tijd
Simple Past
ikkondde
jijkondde
hij/zij/hetkondde
wijkondden
julliekondden
zijkondden
Perfect Tenses
Actions completed relative to a point in time
Voltooid tegenwoordige tijd
Perfect
hebben (present) + past participleikheb kondend
jijhebt kondend
hij/zij/hetheeft kondend
wijhebben kondend
julliehebben kondend
zijhebben kondend
Voltooid verleden tijd
Pluperfect
hebben (past) + past participleikhad kondend
jijhad kondend
hij/zij/hethad kondend
wijhadden kondend
julliehadden kondend
zijhadden kondend
Future Tenses
Events that will or would happen
Toekomende tijd
Future
zullen + infinitiveikzal konden
jijzal konden
hij/zij/hetzal konden
wijzullen konden
julliezullen konden
zijzullen konden
Voltooid toekomende tijd
Future Perfect
zullen + past participle + hebbenikzal kondend hebben
jijzal kondend hebben
hij/zij/hetzal kondend hebben
wijzullen kondend hebben
julliezullen kondend hebben
zijzullen kondend hebben
Conditional
Hypothetical and contrary-to-fact situations
Voorwaardelijke wijs
Conditional
zou/zouden + infinitiveikzou konden
jijzou konden
hij/zij/hetzou konden
wijzouden konden
julliezouden konden
zijzouden konden
Voltooid voorwaardelijke wijs
Conditional Perfect
zou/zouden + past participle + hebbenikzou kondend hebben
jijzou kondend hebben
hij/zij/hetzou kondend hebben
wijzouden kondend hebben
julliezouden kondend hebben
zijzouden kondend hebben
Progressive
Ongoing actions — using the aan het construction
Tegenwoordige duur
Present Progressive
zijn (present) + aan het + infinitiveikben aan het konden
jijbent aan het konden
hij/zij/hetis aan het konden
wijzijn aan het konden
julliezijn aan het konden
zijzijn aan het konden
Verleden duur
Past Progressive
zijn (past) + aan het + infinitiveikwas aan het konden
jijwas aan het konden
hij/zij/hetwas aan het konden
wijwaren aan het konden
julliewaren aan het konden
zijwaren aan het konden
›Formal & Archaic Forms
Subjunctive
Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions
Aanvoegende wijs
Subjunctive
bare stem — all personsSurvives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.
Archaic — formal/literary onlyikkond
jijkond
hij/zij/hetkond
wijkond
julliekond
zijkond
Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0