Dutch Verb
koppelen
to couple · to clutch, to apply the clutch · to mount (e.g. a drive)
takes hebbenstrongregular
Infinitive
koppelen
Past Participle
koppelend
Pres. Participle
koppelend
Imperative
koppel / koppelt
Simple Tenses
The two base forms — everything else builds from these
Tegenwoordige tijd
Present
ikkoppel
jijkoppelt
hij/zij/hetkoppelt
wijkoppelen
julliekoppelen
zijkoppelen
Verleden tijd
Simple Past
ikkoppelde
jijkoppelde
hij/zij/hetkoppelde
wijkoppelden
julliekoppelden
zijkoppelden
Perfect Tenses
Actions completed relative to a point in time
Voltooid tegenwoordige tijd
Perfect
hebben (present) + past participleikheb koppelend
jijhebt koppelend
hij/zij/hetheeft koppelend
wijhebben koppelend
julliehebben koppelend
zijhebben koppelend
Voltooid verleden tijd
Pluperfect
hebben (past) + past participleikhad koppelend
jijhad koppelend
hij/zij/hethad koppelend
wijhadden koppelend
julliehadden koppelend
zijhadden koppelend
Future Tenses
Events that will or would happen
Toekomende tijd
Future
zullen + infinitiveikzal koppelen
jijzal koppelen
hij/zij/hetzal koppelen
wijzullen koppelen
julliezullen koppelen
zijzullen koppelen
Voltooid toekomende tijd
Future Perfect
zullen + past participle + hebbenikzal koppelend hebben
jijzal koppelend hebben
hij/zij/hetzal koppelend hebben
wijzullen koppelend hebben
julliezullen koppelend hebben
zijzullen koppelend hebben
Conditional
Hypothetical and contrary-to-fact situations
Voorwaardelijke wijs
Conditional
zou/zouden + infinitiveikzou koppelen
jijzou koppelen
hij/zij/hetzou koppelen
wijzouden koppelen
julliezouden koppelen
zijzouden koppelen
Voltooid voorwaardelijke wijs
Conditional Perfect
zou/zouden + past participle + hebbenikzou koppelend hebben
jijzou koppelend hebben
hij/zij/hetzou koppelend hebben
wijzouden koppelend hebben
julliezouden koppelend hebben
zijzouden koppelend hebben
Progressive
Ongoing actions — using the aan het construction
Tegenwoordige duur
Present Progressive
zijn (present) + aan het + infinitiveikben aan het koppelen
jijbent aan het koppelen
hij/zij/hetis aan het koppelen
wijzijn aan het koppelen
julliezijn aan het koppelen
zijzijn aan het koppelen
Verleden duur
Past Progressive
zijn (past) + aan het + infinitiveikwas aan het koppelen
jijwas aan het koppelen
hij/zij/hetwas aan het koppelen
wijwaren aan het koppelen
julliewaren aan het koppelen
zijwaren aan het koppelen
›Formal & Archaic Forms
Subjunctive
Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions
Aanvoegende wijs
Subjunctive
bare stem — all personsSurvives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.
Archaic — formal/literary onlyikkoppel
jijkoppel
hij/zij/hetkoppel
wijkoppel
julliekoppel
zijkoppel
Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0