FlexiVerb

Dutch Verb

koppen

to strike with the head; as in soccer, to head (the ball) · to run a headline · to deadhead

takes hebbenstrongregular

Infinitive

koppen

Past Participle

koppend

Pres. Participle

koppend

Imperative

kop / kopt

Simple Tenses

The two base forms — everything else builds from these

Tegenwoordige tijd

Present

ikkop
jijkopt
hij/zij/hetkopt
wijkoppen
julliekoppen
zijkoppen

Verleden tijd

Simple Past

ikkopte
jijkopte
hij/zij/hetkopte
wijkopten
julliekopten
zijkopten

Perfect Tenses

Actions completed relative to a point in time

Voltooid tegenwoordige tijd

Perfect

hebben (present) + past participle
ikheb koppend
jijhebt koppend
hij/zij/hetheeft koppend
wijhebben koppend
julliehebben koppend
zijhebben koppend

Voltooid verleden tijd

Pluperfect

hebben (past) + past participle
ikhad koppend
jijhad koppend
hij/zij/hethad koppend
wijhadden koppend
julliehadden koppend
zijhadden koppend

Future Tenses

Events that will or would happen

Toekomende tijd

Future

zullen + infinitive
ikzal koppen
jijzal koppen
hij/zij/hetzal koppen
wijzullen koppen
julliezullen koppen
zijzullen koppen

Voltooid toekomende tijd

Future Perfect

zullen + past participle + hebben
ikzal koppend hebben
jijzal koppend hebben
hij/zij/hetzal koppend hebben
wijzullen koppend hebben
julliezullen koppend hebben
zijzullen koppend hebben

Conditional

Hypothetical and contrary-to-fact situations

Voorwaardelijke wijs

Conditional

zou/zouden + infinitive
ikzou koppen
jijzou koppen
hij/zij/hetzou koppen
wijzouden koppen
julliezouden koppen
zijzouden koppen

Voltooid voorwaardelijke wijs

Conditional Perfect

zou/zouden + past participle + hebben
ikzou koppend hebben
jijzou koppend hebben
hij/zij/hetzou koppend hebben
wijzouden koppend hebben
julliezouden koppend hebben
zijzouden koppend hebben

Progressive

Ongoing actions — using the aan het construction

Tegenwoordige duur

Present Progressive

zijn (present) + aan het + infinitive
ikben aan het koppen
jijbent aan het koppen
hij/zij/hetis aan het koppen
wijzijn aan het koppen
julliezijn aan het koppen
zijzijn aan het koppen

Verleden duur

Past Progressive

zijn (past) + aan het + infinitive
ikwas aan het koppen
jijwas aan het koppen
hij/zij/hetwas aan het koppen
wijwaren aan het koppen
julliewaren aan het koppen
zijwaren aan het koppen
›Formal & Archaic Forms

Subjunctive

Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions

Aanvoegende wijs

Subjunctive

bare stem — all persons

Survives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.

Archaic — formal/literary only
ikkopp
jijkopp
hij/zij/hetkopp
wijkopp
julliekopp
zijkopp

Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0