FlexiVerb

Dutch Verb

kraken

to crack, break open (a shell) · to make a creaky sound, like something being cracked · to break up into (chemical) components · to break someone mentally

takes hebbenstrongregular

Infinitive

kraken

Past Participle

krakend

Pres. Participle

krakend

Imperative

kraak / kraakt

Simple Tenses

The two base forms — everything else builds from these

Tegenwoordige tijd

Present

ikkraak
jijkraakt
hij/zij/hetkraakt
wijkraken
julliekraken
zijkraken

Verleden tijd

Simple Past

ikkraakte
jijkraakte
hij/zij/hetkraakte
wijkraakten
julliekraakten
zijkraakten

Perfect Tenses

Actions completed relative to a point in time

Voltooid tegenwoordige tijd

Perfect

hebben (present) + past participle
ikheb krakend
jijhebt krakend
hij/zij/hetheeft krakend
wijhebben krakend
julliehebben krakend
zijhebben krakend

Voltooid verleden tijd

Pluperfect

hebben (past) + past participle
ikhad krakend
jijhad krakend
hij/zij/hethad krakend
wijhadden krakend
julliehadden krakend
zijhadden krakend

Future Tenses

Events that will or would happen

Toekomende tijd

Future

zullen + infinitive
ikzal kraken
jijzal kraken
hij/zij/hetzal kraken
wijzullen kraken
julliezullen kraken
zijzullen kraken

Voltooid toekomende tijd

Future Perfect

zullen + past participle + hebben
ikzal krakend hebben
jijzal krakend hebben
hij/zij/hetzal krakend hebben
wijzullen krakend hebben
julliezullen krakend hebben
zijzullen krakend hebben

Conditional

Hypothetical and contrary-to-fact situations

Voorwaardelijke wijs

Conditional

zou/zouden + infinitive
ikzou kraken
jijzou kraken
hij/zij/hetzou kraken
wijzouden kraken
julliezouden kraken
zijzouden kraken

Voltooid voorwaardelijke wijs

Conditional Perfect

zou/zouden + past participle + hebben
ikzou krakend hebben
jijzou krakend hebben
hij/zij/hetzou krakend hebben
wijzouden krakend hebben
julliezouden krakend hebben
zijzouden krakend hebben

Progressive

Ongoing actions — using the aan het construction

Tegenwoordige duur

Present Progressive

zijn (present) + aan het + infinitive
ikben aan het kraken
jijbent aan het kraken
hij/zij/hetis aan het kraken
wijzijn aan het kraken
julliezijn aan het kraken
zijzijn aan het kraken

Verleden duur

Past Progressive

zijn (past) + aan het + infinitive
ikwas aan het kraken
jijwas aan het kraken
hij/zij/hetwas aan het kraken
wijwaren aan het kraken
julliewaren aan het kraken
zijwaren aan het kraken
›Formal & Archaic Forms

Subjunctive

Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions

Aanvoegende wijs

Subjunctive

bare stem — all persons

Survives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.

Archaic — formal/literary only
ikkrak
jijkrak
hij/zij/hetkrak
wijkrak
julliekrak
zijkrak

Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0