Dutch Verb
kwaken
to quack · to croak
takes hebbenstrongregular
Infinitive
kwaken
Past Participle
kwakend
Pres. Participle
kwakend
Imperative
kwaak / kwaakt
Simple Tenses
The two base forms — everything else builds from these
Tegenwoordige tijd
Present
ikkwaak
jijkwaakt
hij/zij/hetkwaakt
wijkwaken
julliekwaken
zijkwaken
Verleden tijd
Simple Past
ikkwaakte
jijkwaakte
hij/zij/hetkwaakte
wijkwaakten
julliekwaakten
zijkwaakten
Perfect Tenses
Actions completed relative to a point in time
Voltooid tegenwoordige tijd
Perfect
hebben (present) + past participleikheb kwakend
jijhebt kwakend
hij/zij/hetheeft kwakend
wijhebben kwakend
julliehebben kwakend
zijhebben kwakend
Voltooid verleden tijd
Pluperfect
hebben (past) + past participleikhad kwakend
jijhad kwakend
hij/zij/hethad kwakend
wijhadden kwakend
julliehadden kwakend
zijhadden kwakend
Future Tenses
Events that will or would happen
Toekomende tijd
Future
zullen + infinitiveikzal kwaken
jijzal kwaken
hij/zij/hetzal kwaken
wijzullen kwaken
julliezullen kwaken
zijzullen kwaken
Voltooid toekomende tijd
Future Perfect
zullen + past participle + hebbenikzal kwakend hebben
jijzal kwakend hebben
hij/zij/hetzal kwakend hebben
wijzullen kwakend hebben
julliezullen kwakend hebben
zijzullen kwakend hebben
Conditional
Hypothetical and contrary-to-fact situations
Voorwaardelijke wijs
Conditional
zou/zouden + infinitiveikzou kwaken
jijzou kwaken
hij/zij/hetzou kwaken
wijzouden kwaken
julliezouden kwaken
zijzouden kwaken
Voltooid voorwaardelijke wijs
Conditional Perfect
zou/zouden + past participle + hebbenikzou kwakend hebben
jijzou kwakend hebben
hij/zij/hetzou kwakend hebben
wijzouden kwakend hebben
julliezouden kwakend hebben
zijzouden kwakend hebben
Progressive
Ongoing actions — using the aan het construction
Tegenwoordige duur
Present Progressive
zijn (present) + aan het + infinitiveikben aan het kwaken
jijbent aan het kwaken
hij/zij/hetis aan het kwaken
wijzijn aan het kwaken
julliezijn aan het kwaken
zijzijn aan het kwaken
Verleden duur
Past Progressive
zijn (past) + aan het + infinitiveikwas aan het kwaken
jijwas aan het kwaken
hij/zij/hetwas aan het kwaken
wijwaren aan het kwaken
julliewaren aan het kwaken
zijwaren aan het kwaken
›Formal & Archaic Forms
Subjunctive
Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions
Aanvoegende wijs
Subjunctive
bare stem — all personsSurvives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.
Archaic — formal/literary onlyikkwak
jijkwak
hij/zij/hetkwak
wijkwak
julliekwak
zijkwak
Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0