Dutch Verb
laken
to criticize, reproach, denounce
takes hebbenstrongregular
Infinitive
laken
Past Participle
lakend
Pres. Participle
lakend
Imperative
laak / laakt
Simple Tenses
The two base forms — everything else builds from these
Tegenwoordige tijd
Present
iklaak
jijlaakt
hij/zij/hetlaakt
wijlaken
jullielaken
zijlaken
Verleden tijd
Simple Past
iklaakte
jijlaakte
hij/zij/hetlaakte
wijlaakten
jullielaakten
zijlaakten
Perfect Tenses
Actions completed relative to a point in time
Voltooid tegenwoordige tijd
Perfect
hebben (present) + past participleikheb lakend
jijhebt lakend
hij/zij/hetheeft lakend
wijhebben lakend
julliehebben lakend
zijhebben lakend
Voltooid verleden tijd
Pluperfect
hebben (past) + past participleikhad lakend
jijhad lakend
hij/zij/hethad lakend
wijhadden lakend
julliehadden lakend
zijhadden lakend
Future Tenses
Events that will or would happen
Toekomende tijd
Future
zullen + infinitiveikzal laken
jijzal laken
hij/zij/hetzal laken
wijzullen laken
julliezullen laken
zijzullen laken
Voltooid toekomende tijd
Future Perfect
zullen + past participle + hebbenikzal lakend hebben
jijzal lakend hebben
hij/zij/hetzal lakend hebben
wijzullen lakend hebben
julliezullen lakend hebben
zijzullen lakend hebben
Conditional
Hypothetical and contrary-to-fact situations
Voorwaardelijke wijs
Conditional
zou/zouden + infinitiveikzou laken
jijzou laken
hij/zij/hetzou laken
wijzouden laken
julliezouden laken
zijzouden laken
Voltooid voorwaardelijke wijs
Conditional Perfect
zou/zouden + past participle + hebbenikzou lakend hebben
jijzou lakend hebben
hij/zij/hetzou lakend hebben
wijzouden lakend hebben
julliezouden lakend hebben
zijzouden lakend hebben
Progressive
Ongoing actions — using the aan het construction
Tegenwoordige duur
Present Progressive
zijn (present) + aan het + infinitiveikben aan het laken
jijbent aan het laken
hij/zij/hetis aan het laken
wijzijn aan het laken
julliezijn aan het laken
zijzijn aan het laken
Verleden duur
Past Progressive
zijn (past) + aan het + infinitiveikwas aan het laken
jijwas aan het laken
hij/zij/hetwas aan het laken
wijwaren aan het laken
julliewaren aan het laken
zijwaren aan het laken
›Formal & Archaic Forms
Subjunctive
Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions
Aanvoegende wijs
Subjunctive
bare stem — all personsSurvives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.
Archaic — formal/literary onlyiklak
jijlak
hij/zij/hetlak
wijlak
jullielak
zijlak
Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0