FlexiVerb

Dutch Verb

laven

to quench one's thirst

takes hebbenstrongregular

Infinitive

laven

Past Participle

lavend

Pres. Participle

lavend

Imperative

laaf / laaft

Simple Tenses

The two base forms — everything else builds from these

Tegenwoordige tijd

Present

iklaaf
jijlaaft
hij/zij/hetlaaft
wijlaven
jullielaven
zijlaven

Verleden tijd

Simple Past

iklaafde
jijlaafde
hij/zij/hetlaafde
wijlaafden
jullielaafden
zijlaafden

Perfect Tenses

Actions completed relative to a point in time

Voltooid tegenwoordige tijd

Perfect

hebben (present) + past participle
ikheb lavend
jijhebt lavend
hij/zij/hetheeft lavend
wijhebben lavend
julliehebben lavend
zijhebben lavend

Voltooid verleden tijd

Pluperfect

hebben (past) + past participle
ikhad lavend
jijhad lavend
hij/zij/hethad lavend
wijhadden lavend
julliehadden lavend
zijhadden lavend

Future Tenses

Events that will or would happen

Toekomende tijd

Future

zullen + infinitive
ikzal laven
jijzal laven
hij/zij/hetzal laven
wijzullen laven
julliezullen laven
zijzullen laven

Voltooid toekomende tijd

Future Perfect

zullen + past participle + hebben
ikzal lavend hebben
jijzal lavend hebben
hij/zij/hetzal lavend hebben
wijzullen lavend hebben
julliezullen lavend hebben
zijzullen lavend hebben

Conditional

Hypothetical and contrary-to-fact situations

Voorwaardelijke wijs

Conditional

zou/zouden + infinitive
ikzou laven
jijzou laven
hij/zij/hetzou laven
wijzouden laven
julliezouden laven
zijzouden laven

Voltooid voorwaardelijke wijs

Conditional Perfect

zou/zouden + past participle + hebben
ikzou lavend hebben
jijzou lavend hebben
hij/zij/hetzou lavend hebben
wijzouden lavend hebben
julliezouden lavend hebben
zijzouden lavend hebben

Progressive

Ongoing actions — using the aan het construction

Tegenwoordige duur

Present Progressive

zijn (present) + aan het + infinitive
ikben aan het laven
jijbent aan het laven
hij/zij/hetis aan het laven
wijzijn aan het laven
julliezijn aan het laven
zijzijn aan het laven

Verleden duur

Past Progressive

zijn (past) + aan het + infinitive
ikwas aan het laven
jijwas aan het laven
hij/zij/hetwas aan het laven
wijwaren aan het laven
julliewaren aan het laven
zijwaren aan het laven
›Formal & Archaic Forms

Subjunctive

Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions

Aanvoegende wijs

Subjunctive

bare stem — all persons

Survives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.

Archaic — formal/literary only
iklav
jijlav
hij/zij/hetlav
wijlav
jullielav
zijlav

Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0