FlexiVerb

Dutch Verb

leerlooien

to tan (to soak an animal hide in tannic acid/gallic acid, thereby changing the hide into leather)

takes hebbenstrongregular

Infinitive

leerlooien

Past Participle

leerlooiend

Pres. Participle

leerlooiend

Imperative

leerlooi / leerlooit

Simple Tenses

The two base forms — everything else builds from these

Tegenwoordige tijd

Present

ikleerlooi
jijleerlooit
hij/zij/hetleerlooit
wijleerlooien
jullieleerlooien
zijleerlooien

Verleden tijd

Simple Past

ikleerlooide
jijleerlooide
hij/zij/hetleerlooide
wijleerlooiden
jullieleerlooiden
zijleerlooiden

Perfect Tenses

Actions completed relative to a point in time

Voltooid tegenwoordige tijd

Perfect

hebben (present) + past participle
ikheb leerlooiend
jijhebt leerlooiend
hij/zij/hetheeft leerlooiend
wijhebben leerlooiend
julliehebben leerlooiend
zijhebben leerlooiend

Voltooid verleden tijd

Pluperfect

hebben (past) + past participle
ikhad leerlooiend
jijhad leerlooiend
hij/zij/hethad leerlooiend
wijhadden leerlooiend
julliehadden leerlooiend
zijhadden leerlooiend

Future Tenses

Events that will or would happen

Toekomende tijd

Future

zullen + infinitive
ikzal leerlooien
jijzal leerlooien
hij/zij/hetzal leerlooien
wijzullen leerlooien
julliezullen leerlooien
zijzullen leerlooien

Voltooid toekomende tijd

Future Perfect

zullen + past participle + hebben
ikzal leerlooiend hebben
jijzal leerlooiend hebben
hij/zij/hetzal leerlooiend hebben
wijzullen leerlooiend hebben
julliezullen leerlooiend hebben
zijzullen leerlooiend hebben

Conditional

Hypothetical and contrary-to-fact situations

Voorwaardelijke wijs

Conditional

zou/zouden + infinitive
ikzou leerlooien
jijzou leerlooien
hij/zij/hetzou leerlooien
wijzouden leerlooien
julliezouden leerlooien
zijzouden leerlooien

Voltooid voorwaardelijke wijs

Conditional Perfect

zou/zouden + past participle + hebben
ikzou leerlooiend hebben
jijzou leerlooiend hebben
hij/zij/hetzou leerlooiend hebben
wijzouden leerlooiend hebben
julliezouden leerlooiend hebben
zijzouden leerlooiend hebben

Progressive

Ongoing actions — using the aan het construction

Tegenwoordige duur

Present Progressive

zijn (present) + aan het + infinitive
ikben aan het leerlooien
jijbent aan het leerlooien
hij/zij/hetis aan het leerlooien
wijzijn aan het leerlooien
julliezijn aan het leerlooien
zijzijn aan het leerlooien

Verleden duur

Past Progressive

zijn (past) + aan het + infinitive
ikwas aan het leerlooien
jijwas aan het leerlooien
hij/zij/hetwas aan het leerlooien
wijwaren aan het leerlooien
julliewaren aan het leerlooien
zijwaren aan het leerlooien
›Formal & Archaic Forms

Subjunctive

Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions

Aanvoegende wijs

Subjunctive

bare stem — all persons

Survives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.

Archaic — formal/literary only
ikleerlooi
jijleerlooi
hij/zij/hetleerlooi
wijleerlooi
jullieleerlooi
zijleerlooi

Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0