Dutch Verb
lekken
to leak, be leaky · to leak, illicitly release information
takes hebbenstrongregular
Infinitive
lekken
Past Participle
lekkend
Pres. Participle
lekkend
Imperative
lek / lekt
Simple Tenses
The two base forms — everything else builds from these
Tegenwoordige tijd
Present
iklek
jijlekt
hij/zij/hetlekt
wijlekken
jullielekken
zijlekken
Verleden tijd
Simple Past
iklekte
jijlekte
hij/zij/hetlekte
wijlekten
jullielekten
zijlekten
Perfect Tenses
Actions completed relative to a point in time
Voltooid tegenwoordige tijd
Perfect
hebben (present) + past participleikheb lekkend
jijhebt lekkend
hij/zij/hetheeft lekkend
wijhebben lekkend
julliehebben lekkend
zijhebben lekkend
Voltooid verleden tijd
Pluperfect
hebben (past) + past participleikhad lekkend
jijhad lekkend
hij/zij/hethad lekkend
wijhadden lekkend
julliehadden lekkend
zijhadden lekkend
Future Tenses
Events that will or would happen
Toekomende tijd
Future
zullen + infinitiveikzal lekken
jijzal lekken
hij/zij/hetzal lekken
wijzullen lekken
julliezullen lekken
zijzullen lekken
Voltooid toekomende tijd
Future Perfect
zullen + past participle + hebbenikzal lekkend hebben
jijzal lekkend hebben
hij/zij/hetzal lekkend hebben
wijzullen lekkend hebben
julliezullen lekkend hebben
zijzullen lekkend hebben
Conditional
Hypothetical and contrary-to-fact situations
Voorwaardelijke wijs
Conditional
zou/zouden + infinitiveikzou lekken
jijzou lekken
hij/zij/hetzou lekken
wijzouden lekken
julliezouden lekken
zijzouden lekken
Voltooid voorwaardelijke wijs
Conditional Perfect
zou/zouden + past participle + hebbenikzou lekkend hebben
jijzou lekkend hebben
hij/zij/hetzou lekkend hebben
wijzouden lekkend hebben
julliezouden lekkend hebben
zijzouden lekkend hebben
Progressive
Ongoing actions — using the aan het construction
Tegenwoordige duur
Present Progressive
zijn (present) + aan het + infinitiveikben aan het lekken
jijbent aan het lekken
hij/zij/hetis aan het lekken
wijzijn aan het lekken
julliezijn aan het lekken
zijzijn aan het lekken
Verleden duur
Past Progressive
zijn (past) + aan het + infinitiveikwas aan het lekken
jijwas aan het lekken
hij/zij/hetwas aan het lekken
wijwaren aan het lekken
julliewaren aan het lekken
zijwaren aan het lekken
›Formal & Archaic Forms
Subjunctive
Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions
Aanvoegende wijs
Subjunctive
bare stem — all personsSurvives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.
Archaic — formal/literary onlyiklekk
jijlekk
hij/zij/hetlekk
wijlekk
jullielekk
zijlekk
Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0