Dutch Verb
lijmen
to glue, join (as) with glue · to convince, win over
takes hebbenstrongregular
Infinitive
lijmen
Past Participle
lijmend
Pres. Participle
lijmend
Imperative
lijm / lijmt
Simple Tenses
The two base forms — everything else builds from these
Tegenwoordige tijd
Present
iklijm
jijlijmt
hij/zij/hetlijmt
wijlijmen
jullielijmen
zijlijmen
Verleden tijd
Simple Past
iklijmde
jijlijmde
hij/zij/hetlijmde
wijlijmden
jullielijmden
zijlijmden
Perfect Tenses
Actions completed relative to a point in time
Voltooid tegenwoordige tijd
Perfect
hebben (present) + past participleikheb lijmend
jijhebt lijmend
hij/zij/hetheeft lijmend
wijhebben lijmend
julliehebben lijmend
zijhebben lijmend
Voltooid verleden tijd
Pluperfect
hebben (past) + past participleikhad lijmend
jijhad lijmend
hij/zij/hethad lijmend
wijhadden lijmend
julliehadden lijmend
zijhadden lijmend
Future Tenses
Events that will or would happen
Toekomende tijd
Future
zullen + infinitiveikzal lijmen
jijzal lijmen
hij/zij/hetzal lijmen
wijzullen lijmen
julliezullen lijmen
zijzullen lijmen
Voltooid toekomende tijd
Future Perfect
zullen + past participle + hebbenikzal lijmend hebben
jijzal lijmend hebben
hij/zij/hetzal lijmend hebben
wijzullen lijmend hebben
julliezullen lijmend hebben
zijzullen lijmend hebben
Conditional
Hypothetical and contrary-to-fact situations
Voorwaardelijke wijs
Conditional
zou/zouden + infinitiveikzou lijmen
jijzou lijmen
hij/zij/hetzou lijmen
wijzouden lijmen
julliezouden lijmen
zijzouden lijmen
Voltooid voorwaardelijke wijs
Conditional Perfect
zou/zouden + past participle + hebbenikzou lijmend hebben
jijzou lijmend hebben
hij/zij/hetzou lijmend hebben
wijzouden lijmend hebben
julliezouden lijmend hebben
zijzouden lijmend hebben
Progressive
Ongoing actions — using the aan het construction
Tegenwoordige duur
Present Progressive
zijn (present) + aan het + infinitiveikben aan het lijmen
jijbent aan het lijmen
hij/zij/hetis aan het lijmen
wijzijn aan het lijmen
julliezijn aan het lijmen
zijzijn aan het lijmen
Verleden duur
Past Progressive
zijn (past) + aan het + infinitiveikwas aan het lijmen
jijwas aan het lijmen
hij/zij/hetwas aan het lijmen
wijwaren aan het lijmen
julliewaren aan het lijmen
zijwaren aan het lijmen
›Formal & Archaic Forms
Subjunctive
Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions
Aanvoegende wijs
Subjunctive
bare stem — all personsSurvives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.
Archaic — formal/literary onlyiklijm
jijlijm
hij/zij/hetlijm
wijlijm
jullielijm
zijlijm
Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0