Dutch Verb
lossen
to unload · to dump
takes hebbenstrongregular
Infinitive
lossen
Past Participle
lossend
Pres. Participle
lossend
Imperative
los / lost
Simple Tenses
The two base forms — everything else builds from these
Tegenwoordige tijd
Present
iklos
jijlost
hij/zij/hetlost
wijlossen
jullielossen
zijlossen
Verleden tijd
Simple Past
ikloste
jijloste
hij/zij/hetloste
wijlosten
jullielosten
zijlosten
Perfect Tenses
Actions completed relative to a point in time
Voltooid tegenwoordige tijd
Perfect
hebben (present) + past participleikheb lossend
jijhebt lossend
hij/zij/hetheeft lossend
wijhebben lossend
julliehebben lossend
zijhebben lossend
Voltooid verleden tijd
Pluperfect
hebben (past) + past participleikhad lossend
jijhad lossend
hij/zij/hethad lossend
wijhadden lossend
julliehadden lossend
zijhadden lossend
Future Tenses
Events that will or would happen
Toekomende tijd
Future
zullen + infinitiveikzal lossen
jijzal lossen
hij/zij/hetzal lossen
wijzullen lossen
julliezullen lossen
zijzullen lossen
Voltooid toekomende tijd
Future Perfect
zullen + past participle + hebbenikzal lossend hebben
jijzal lossend hebben
hij/zij/hetzal lossend hebben
wijzullen lossend hebben
julliezullen lossend hebben
zijzullen lossend hebben
Conditional
Hypothetical and contrary-to-fact situations
Voorwaardelijke wijs
Conditional
zou/zouden + infinitiveikzou lossen
jijzou lossen
hij/zij/hetzou lossen
wijzouden lossen
julliezouden lossen
zijzouden lossen
Voltooid voorwaardelijke wijs
Conditional Perfect
zou/zouden + past participle + hebbenikzou lossend hebben
jijzou lossend hebben
hij/zij/hetzou lossend hebben
wijzouden lossend hebben
julliezouden lossend hebben
zijzouden lossend hebben
Progressive
Ongoing actions — using the aan het construction
Tegenwoordige duur
Present Progressive
zijn (present) + aan het + infinitiveikben aan het lossen
jijbent aan het lossen
hij/zij/hetis aan het lossen
wijzijn aan het lossen
julliezijn aan het lossen
zijzijn aan het lossen
Verleden duur
Past Progressive
zijn (past) + aan het + infinitiveikwas aan het lossen
jijwas aan het lossen
hij/zij/hetwas aan het lossen
wijwaren aan het lossen
julliewaren aan het lossen
zijwaren aan het lossen
›Formal & Archaic Forms
Subjunctive
Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions
Aanvoegende wijs
Subjunctive
bare stem — all personsSurvives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.
Archaic — formal/literary onlyikloss
jijloss
hij/zij/hetloss
wijloss
jullieloss
zijloss
Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0