FlexiVerb

Dutch Verb

mededelen

alternative form of meedelen

takes hebbenstrongregular

Infinitive

mededelen

Past Participle

mededelend

Pres. Participle

mededelend

Imperative

deel mede / deelt mede

Simple Tenses

The two base forms — everything else builds from these

Tegenwoordige tijd

Present

ikdeel mede
jijdeelt mede
hij/zij/hetdeelt mede
wijdelen mede
julliedelen mede
zijdelen mede

Verleden tijd

Simple Past

ikdeelde mede
jijdeelde mede
hij/zij/hetdeelde mede
wijdeelden mede
julliedeelden mede
zijdeelden mede

Perfect Tenses

Actions completed relative to a point in time

Voltooid tegenwoordige tijd

Perfect

hebben (present) + past participle
ikheb mededelend
jijhebt mededelend
hij/zij/hetheeft mededelend
wijhebben mededelend
julliehebben mededelend
zijhebben mededelend

Voltooid verleden tijd

Pluperfect

hebben (past) + past participle
ikhad mededelend
jijhad mededelend
hij/zij/hethad mededelend
wijhadden mededelend
julliehadden mededelend
zijhadden mededelend

Future Tenses

Events that will or would happen

Toekomende tijd

Future

zullen + infinitive
ikzal mededelen
jijzal mededelen
hij/zij/hetzal mededelen
wijzullen mededelen
julliezullen mededelen
zijzullen mededelen

Voltooid toekomende tijd

Future Perfect

zullen + past participle + hebben
ikzal mededelend hebben
jijzal mededelend hebben
hij/zij/hetzal mededelend hebben
wijzullen mededelend hebben
julliezullen mededelend hebben
zijzullen mededelend hebben

Conditional

Hypothetical and contrary-to-fact situations

Voorwaardelijke wijs

Conditional

zou/zouden + infinitive
ikzou mededelen
jijzou mededelen
hij/zij/hetzou mededelen
wijzouden mededelen
julliezouden mededelen
zijzouden mededelen

Voltooid voorwaardelijke wijs

Conditional Perfect

zou/zouden + past participle + hebben
ikzou mededelend hebben
jijzou mededelend hebben
hij/zij/hetzou mededelend hebben
wijzouden mededelend hebben
julliezouden mededelend hebben
zijzouden mededelend hebben

Progressive

Ongoing actions — using the aan het construction

Tegenwoordige duur

Present Progressive

zijn (present) + aan het + infinitive
ikben aan het mededelen
jijbent aan het mededelen
hij/zij/hetis aan het mededelen
wijzijn aan het mededelen
julliezijn aan het mededelen
zijzijn aan het mededelen

Verleden duur

Past Progressive

zijn (past) + aan het + infinitive
ikwas aan het mededelen
jijwas aan het mededelen
hij/zij/hetwas aan het mededelen
wijwaren aan het mededelen
julliewaren aan het mededelen
zijwaren aan het mededelen
›Formal & Archaic Forms

Subjunctive

Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions

Aanvoegende wijs

Subjunctive

bare stem — all persons

Survives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.

Archaic — formal/literary only
ikmededel
jijmededel
hij/zij/hetmededel
wijmededel
julliemededel
zijmededel

Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0