FlexiVerb

Dutch Verb

melken

to milk a (farm) animal · to play meekly, without risk, notably in duel ball sports like tennis

takes hebbenstrongregular

Infinitive

melken

Past Participle

melkend

Pres. Participle

melkend

Imperative

melk / melkt

Simple Tenses

The two base forms — everything else builds from these

Tegenwoordige tijd

Present

ikmelk
jijmelkt
hij/zij/hetmelkt
wijmelken
julliemelken
zijmelken

Verleden tijd

Simple Past

ikmolk
jijmolk
hij/zij/hetmolk
wijmolken
julliemolken
zijmolken

Perfect Tenses

Actions completed relative to a point in time

Voltooid tegenwoordige tijd

Perfect

hebben (present) + past participle
ikheb melkend
jijhebt melkend
hij/zij/hetheeft melkend
wijhebben melkend
julliehebben melkend
zijhebben melkend

Voltooid verleden tijd

Pluperfect

hebben (past) + past participle
ikhad melkend
jijhad melkend
hij/zij/hethad melkend
wijhadden melkend
julliehadden melkend
zijhadden melkend

Future Tenses

Events that will or would happen

Toekomende tijd

Future

zullen + infinitive
ikzal melken
jijzal melken
hij/zij/hetzal melken
wijzullen melken
julliezullen melken
zijzullen melken

Voltooid toekomende tijd

Future Perfect

zullen + past participle + hebben
ikzal melkend hebben
jijzal melkend hebben
hij/zij/hetzal melkend hebben
wijzullen melkend hebben
julliezullen melkend hebben
zijzullen melkend hebben

Conditional

Hypothetical and contrary-to-fact situations

Voorwaardelijke wijs

Conditional

zou/zouden + infinitive
ikzou melken
jijzou melken
hij/zij/hetzou melken
wijzouden melken
julliezouden melken
zijzouden melken

Voltooid voorwaardelijke wijs

Conditional Perfect

zou/zouden + past participle + hebben
ikzou melkend hebben
jijzou melkend hebben
hij/zij/hetzou melkend hebben
wijzouden melkend hebben
julliezouden melkend hebben
zijzouden melkend hebben

Progressive

Ongoing actions — using the aan het construction

Tegenwoordige duur

Present Progressive

zijn (present) + aan het + infinitive
ikben aan het melken
jijbent aan het melken
hij/zij/hetis aan het melken
wijzijn aan het melken
julliezijn aan het melken
zijzijn aan het melken

Verleden duur

Past Progressive

zijn (past) + aan het + infinitive
ikwas aan het melken
jijwas aan het melken
hij/zij/hetwas aan het melken
wijwaren aan het melken
julliewaren aan het melken
zijwaren aan het melken
›Formal & Archaic Forms

Subjunctive

Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions

Aanvoegende wijs

Subjunctive

bare stem — all persons

Survives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.

Archaic — formal/literary only
ikmelk
jijmelk
hij/zij/hetmelk
wijmelk
julliemelk
zijmelk

Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0