FlexiVerb

Dutch Verb

meppen

to smack, slap, swat

takes hebbenstrongregular

Infinitive

meppen

Past Participle

meppend

Pres. Participle

meppend

Imperative

mep / mept

Simple Tenses

The two base forms — everything else builds from these

Tegenwoordige tijd

Present

ikmep
jijmept
hij/zij/hetmept
wijmeppen
julliemeppen
zijmeppen

Verleden tijd

Simple Past

ikmepte
jijmepte
hij/zij/hetmepte
wijmepten
julliemepten
zijmepten

Perfect Tenses

Actions completed relative to a point in time

Voltooid tegenwoordige tijd

Perfect

hebben (present) + past participle
ikheb meppend
jijhebt meppend
hij/zij/hetheeft meppend
wijhebben meppend
julliehebben meppend
zijhebben meppend

Voltooid verleden tijd

Pluperfect

hebben (past) + past participle
ikhad meppend
jijhad meppend
hij/zij/hethad meppend
wijhadden meppend
julliehadden meppend
zijhadden meppend

Future Tenses

Events that will or would happen

Toekomende tijd

Future

zullen + infinitive
ikzal meppen
jijzal meppen
hij/zij/hetzal meppen
wijzullen meppen
julliezullen meppen
zijzullen meppen

Voltooid toekomende tijd

Future Perfect

zullen + past participle + hebben
ikzal meppend hebben
jijzal meppend hebben
hij/zij/hetzal meppend hebben
wijzullen meppend hebben
julliezullen meppend hebben
zijzullen meppend hebben

Conditional

Hypothetical and contrary-to-fact situations

Voorwaardelijke wijs

Conditional

zou/zouden + infinitive
ikzou meppen
jijzou meppen
hij/zij/hetzou meppen
wijzouden meppen
julliezouden meppen
zijzouden meppen

Voltooid voorwaardelijke wijs

Conditional Perfect

zou/zouden + past participle + hebben
ikzou meppend hebben
jijzou meppend hebben
hij/zij/hetzou meppend hebben
wijzouden meppend hebben
julliezouden meppend hebben
zijzouden meppend hebben

Progressive

Ongoing actions — using the aan het construction

Tegenwoordige duur

Present Progressive

zijn (present) + aan het + infinitive
ikben aan het meppen
jijbent aan het meppen
hij/zij/hetis aan het meppen
wijzijn aan het meppen
julliezijn aan het meppen
zijzijn aan het meppen

Verleden duur

Past Progressive

zijn (past) + aan het + infinitive
ikwas aan het meppen
jijwas aan het meppen
hij/zij/hetwas aan het meppen
wijwaren aan het meppen
julliewaren aan het meppen
zijwaren aan het meppen
›Formal & Archaic Forms

Subjunctive

Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions

Aanvoegende wijs

Subjunctive

bare stem — all persons

Survives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.

Archaic — formal/literary only
ikmepp
jijmepp
hij/zij/hetmepp
wijmepp
julliemepp
zijmepp

Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0