FlexiVerb

Dutch Verb

naaien

to sew · to screw, to fuck, to have sex · to screw, to screw over (someone)

takes hebbenseparablestrongregular

Infinitive

naaien

Past Participle

naaiend

Pres. Participle

naaiend

Imperative

naai / naait

Simple Tenses

The two base forms — everything else builds from these

Tegenwoordige tijd

Present

iknaai
jijnaait
hij/zij/hetnaait
wijnaaien
jullienaaien
zijnaaien

Verleden tijd

Simple Past

iknaaide
jijnaaide
hij/zij/hetnaaide
wijnaaiden
jullienaaiden
zijnaaiden

Perfect Tenses

Actions completed relative to a point in time

Voltooid tegenwoordige tijd

Perfect

hebben (present) + past participle
ikheb naaiend
jijhebt naaiend
hij/zij/hetheeft naaiend
wijhebben naaiend
julliehebben naaiend
zijhebben naaiend

Voltooid verleden tijd

Pluperfect

hebben (past) + past participle
ikhad naaiend
jijhad naaiend
hij/zij/hethad naaiend
wijhadden naaiend
julliehadden naaiend
zijhadden naaiend

Future Tenses

Events that will or would happen

Toekomende tijd

Future

zullen + infinitive
ikzal naaien
jijzal naaien
hij/zij/hetzal naaien
wijzullen naaien
julliezullen naaien
zijzullen naaien

Voltooid toekomende tijd

Future Perfect

zullen + past participle + hebben
ikzal naaiend hebben
jijzal naaiend hebben
hij/zij/hetzal naaiend hebben
wijzullen naaiend hebben
julliezullen naaiend hebben
zijzullen naaiend hebben

Conditional

Hypothetical and contrary-to-fact situations

Voorwaardelijke wijs

Conditional

zou/zouden + infinitive
ikzou naaien
jijzou naaien
hij/zij/hetzou naaien
wijzouden naaien
julliezouden naaien
zijzouden naaien

Voltooid voorwaardelijke wijs

Conditional Perfect

zou/zouden + past participle + hebben
ikzou naaiend hebben
jijzou naaiend hebben
hij/zij/hetzou naaiend hebben
wijzouden naaiend hebben
julliezouden naaiend hebben
zijzouden naaiend hebben

Progressive

Ongoing actions — using the aan het construction

Tegenwoordige duur

Present Progressive

zijn (present) + aan het + infinitive
ikben aan het naaien
jijbent aan het naaien
hij/zij/hetis aan het naaien
wijzijn aan het naaien
julliezijn aan het naaien
zijzijn aan het naaien

Verleden duur

Past Progressive

zijn (past) + aan het + infinitive
ikwas aan het naaien
jijwas aan het naaien
hij/zij/hetwas aan het naaien
wijwaren aan het naaien
julliewaren aan het naaien
zijwaren aan het naaien
›Formal & Archaic Forms

Subjunctive

Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions

Aanvoegende wijs

Subjunctive

bare stem — all persons

Survives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.

Archaic — formal/literary only
iknaai
jijnaai
hij/zij/hetnaai
wijnaai
jullienaai
zijnaai

Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0