Dutch Verb
ommuren
to wall in
takes hebbenseparablestrongregular
Infinitive
ommuren
Past Participle
ommurend
Pres. Participle
ommurend
Imperative
ommuur / ommuurt
Simple Tenses
The two base forms — everything else builds from these
Tegenwoordige tijd
Present
ikommuur
jijommuurt
hij/zij/hetommuurt
wijommuren
jullieommuren
zijommuren
Verleden tijd
Simple Past
ikommuurde
jijommuurde
hij/zij/hetommuurde
wijommuurden
jullieommuurden
zijommuurden
Perfect Tenses
Actions completed relative to a point in time
Voltooid tegenwoordige tijd
Perfect
hebben (present) + past participleikheb ommurend
jijhebt ommurend
hij/zij/hetheeft ommurend
wijhebben ommurend
julliehebben ommurend
zijhebben ommurend
Voltooid verleden tijd
Pluperfect
hebben (past) + past participleikhad ommurend
jijhad ommurend
hij/zij/hethad ommurend
wijhadden ommurend
julliehadden ommurend
zijhadden ommurend
Future Tenses
Events that will or would happen
Toekomende tijd
Future
zullen + infinitiveikzal ommuren
jijzal ommuren
hij/zij/hetzal ommuren
wijzullen ommuren
julliezullen ommuren
zijzullen ommuren
Voltooid toekomende tijd
Future Perfect
zullen + past participle + hebbenikzal ommurend hebben
jijzal ommurend hebben
hij/zij/hetzal ommurend hebben
wijzullen ommurend hebben
julliezullen ommurend hebben
zijzullen ommurend hebben
Conditional
Hypothetical and contrary-to-fact situations
Voorwaardelijke wijs
Conditional
zou/zouden + infinitiveikzou ommuren
jijzou ommuren
hij/zij/hetzou ommuren
wijzouden ommuren
julliezouden ommuren
zijzouden ommuren
Voltooid voorwaardelijke wijs
Conditional Perfect
zou/zouden + past participle + hebbenikzou ommurend hebben
jijzou ommurend hebben
hij/zij/hetzou ommurend hebben
wijzouden ommurend hebben
julliezouden ommurend hebben
zijzouden ommurend hebben
Progressive
Ongoing actions — using the aan het construction
Tegenwoordige duur
Present Progressive
zijn (present) + aan het + infinitiveikben aan het ommuren
jijbent aan het ommuren
hij/zij/hetis aan het ommuren
wijzijn aan het ommuren
julliezijn aan het ommuren
zijzijn aan het ommuren
Verleden duur
Past Progressive
zijn (past) + aan het + infinitiveikwas aan het ommuren
jijwas aan het ommuren
hij/zij/hetwas aan het ommuren
wijwaren aan het ommuren
julliewaren aan het ommuren
zijwaren aan het ommuren
›Formal & Archaic Forms
Subjunctive
Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions
Aanvoegende wijs
Subjunctive
bare stem — all personsSurvives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.
Archaic — formal/literary onlyikommur
jijommur
hij/zij/hetommur
wijommur
jullieommur
zijommur
Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0