Dutch Verb
omverwerpen
to overthrow
takes hebbenseparablestrongregular
Infinitive
omverwerpen
Past Participle
omverwerpend
Pres. Participle
omverwerpend
Imperative
werp omver / werpt omver
Simple Tenses
The two base forms — everything else builds from these
Tegenwoordige tijd
Present
ikwerp omver
jijwerpt omver
hij/zij/hetwerpt omver
wijwerpen omver
julliewerpen omver
zijwerpen omver
Verleden tijd
Simple Past
ikwierp omver
jijwierp omver
hij/zij/hetwierp omver
wijwierpen omver
julliewierpen omver
zijwierpen omver
Perfect Tenses
Actions completed relative to a point in time
Voltooid tegenwoordige tijd
Perfect
hebben (present) + past participleikheb omverwerpend
jijhebt omverwerpend
hij/zij/hetheeft omverwerpend
wijhebben omverwerpend
julliehebben omverwerpend
zijhebben omverwerpend
Voltooid verleden tijd
Pluperfect
hebben (past) + past participleikhad omverwerpend
jijhad omverwerpend
hij/zij/hethad omverwerpend
wijhadden omverwerpend
julliehadden omverwerpend
zijhadden omverwerpend
Future Tenses
Events that will or would happen
Toekomende tijd
Future
zullen + infinitiveikzal omverwerpen
jijzal omverwerpen
hij/zij/hetzal omverwerpen
wijzullen omverwerpen
julliezullen omverwerpen
zijzullen omverwerpen
Voltooid toekomende tijd
Future Perfect
zullen + past participle + hebbenikzal omverwerpend hebben
jijzal omverwerpend hebben
hij/zij/hetzal omverwerpend hebben
wijzullen omverwerpend hebben
julliezullen omverwerpend hebben
zijzullen omverwerpend hebben
Conditional
Hypothetical and contrary-to-fact situations
Voorwaardelijke wijs
Conditional
zou/zouden + infinitiveikzou omverwerpen
jijzou omverwerpen
hij/zij/hetzou omverwerpen
wijzouden omverwerpen
julliezouden omverwerpen
zijzouden omverwerpen
Voltooid voorwaardelijke wijs
Conditional Perfect
zou/zouden + past participle + hebbenikzou omverwerpend hebben
jijzou omverwerpend hebben
hij/zij/hetzou omverwerpend hebben
wijzouden omverwerpend hebben
julliezouden omverwerpend hebben
zijzouden omverwerpend hebben
Progressive
Ongoing actions — using the aan het construction
Tegenwoordige duur
Present Progressive
zijn (present) + aan het + infinitiveikben aan het omverwerpen
jijbent aan het omverwerpen
hij/zij/hetis aan het omverwerpen
wijzijn aan het omverwerpen
julliezijn aan het omverwerpen
zijzijn aan het omverwerpen
Verleden duur
Past Progressive
zijn (past) + aan het + infinitiveikwas aan het omverwerpen
jijwas aan het omverwerpen
hij/zij/hetwas aan het omverwerpen
wijwaren aan het omverwerpen
julliewaren aan het omverwerpen
zijwaren aan het omverwerpen
›Formal & Archaic Forms
Subjunctive
Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions
Aanvoegende wijs
Subjunctive
bare stem — all personsSurvives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.
Archaic — formal/literary onlyikomverwerp
jijomverwerp
hij/zij/hetomverwerp
wijomverwerp
jullieomverwerp
zijomverwerp
Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0