FlexiVerb

Dutch Verb

onderbrengen

to accommodate, lodge · to categorize

takes hebbenstrongregular

Infinitive

onderbrengen

Past Participle

onderbrengend

Pres. Participle

onderbrengend

Imperative

breng onder / brengt onder

Simple Tenses

The two base forms — everything else builds from these

Tegenwoordige tijd

Present

ikbreng onder
jijbrengt onder
hij/zij/hetbrengt onder
wijbrengen onder
julliebrengen onder
zijbrengen onder

Verleden tijd

Simple Past

ikbracht onder
jijbracht onder
hij/zij/hetbracht onder
wijbrachten onder
julliebrachten onder
zijbrachten onder

Perfect Tenses

Actions completed relative to a point in time

Voltooid tegenwoordige tijd

Perfect

hebben (present) + past participle
ikheb onderbrengend
jijhebt onderbrengend
hij/zij/hetheeft onderbrengend
wijhebben onderbrengend
julliehebben onderbrengend
zijhebben onderbrengend

Voltooid verleden tijd

Pluperfect

hebben (past) + past participle
ikhad onderbrengend
jijhad onderbrengend
hij/zij/hethad onderbrengend
wijhadden onderbrengend
julliehadden onderbrengend
zijhadden onderbrengend

Future Tenses

Events that will or would happen

Toekomende tijd

Future

zullen + infinitive
ikzal onderbrengen
jijzal onderbrengen
hij/zij/hetzal onderbrengen
wijzullen onderbrengen
julliezullen onderbrengen
zijzullen onderbrengen

Voltooid toekomende tijd

Future Perfect

zullen + past participle + hebben
ikzal onderbrengend hebben
jijzal onderbrengend hebben
hij/zij/hetzal onderbrengend hebben
wijzullen onderbrengend hebben
julliezullen onderbrengend hebben
zijzullen onderbrengend hebben

Conditional

Hypothetical and contrary-to-fact situations

Voorwaardelijke wijs

Conditional

zou/zouden + infinitive
ikzou onderbrengen
jijzou onderbrengen
hij/zij/hetzou onderbrengen
wijzouden onderbrengen
julliezouden onderbrengen
zijzouden onderbrengen

Voltooid voorwaardelijke wijs

Conditional Perfect

zou/zouden + past participle + hebben
ikzou onderbrengend hebben
jijzou onderbrengend hebben
hij/zij/hetzou onderbrengend hebben
wijzouden onderbrengend hebben
julliezouden onderbrengend hebben
zijzouden onderbrengend hebben

Progressive

Ongoing actions — using the aan het construction

Tegenwoordige duur

Present Progressive

zijn (present) + aan het + infinitive
ikben aan het onderbrengen
jijbent aan het onderbrengen
hij/zij/hetis aan het onderbrengen
wijzijn aan het onderbrengen
julliezijn aan het onderbrengen
zijzijn aan het onderbrengen

Verleden duur

Past Progressive

zijn (past) + aan het + infinitive
ikwas aan het onderbrengen
jijwas aan het onderbrengen
hij/zij/hetwas aan het onderbrengen
wijwaren aan het onderbrengen
julliewaren aan het onderbrengen
zijwaren aan het onderbrengen
›Formal & Archaic Forms

Subjunctive

Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions

Aanvoegende wijs

Subjunctive

bare stem — all persons

Survives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.

Archaic — formal/literary only
ikonderbreng
jijonderbreng
hij/zij/hetonderbreng
wijonderbreng
jullieonderbreng
zijonderbreng

Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0